You are currently browsing the tag archive for the ‘tevredenheid’ tag.

3-minuten-scan

Waarom een scan doen? Om jezelf te resetten en om te weten hoe het echt met je gaat. ‘Moet ik dan minder gaan doen?’ is een vraag die ik regelmatig krijg. Die vraag kan ik natuurlijk niet beantwoorden. Ik zal reageren met een antwoord als ‘alleen als je daar behoefte aan hebt’ of ‘je moet doen wat werkt’.

Het blijkt nog niet zo eenvoudig om te weten waaraan je behoefte hebt. Terwijl het eigenlijk best wel eenvoudig is – als je maar kunt luisteren naar lijf. De 3-minutenscan helpt hierbij.

Eerst ga je met je aandacht naar die buitenste vaak stormachtige laag. Die hoef je niet te veranderen, maar hem herkennen helpt je om dichterbij jezelf te komen en je beslissing minder te laten afhangen van vluchtige belangen. De reset aan het einde van de scan zorgt voor verbinding met je goede intenties en commitments.

Als je vandaaruit opnieuw naar je vraagstuk kijkt, vind je je antwoord veel makkelijker.

Advertenties

Waarom koos je voor het woord ‘Critical’ voor Alignment vroeg ik leraar Gert laatst. Als student krijg ik steeds meer zin de visie van mijn leraar te begrijpen. Ookal omdat ik nog even enthousiast ben, over wat ik van hem leer en dat graag wil verspreiden. Maar dan mot ik t wel een beetje snappen.

Ik had al weken zo nu en dan het woord met een vergrootglas bekeken en op een weegschaaltje gelegd. Wat ik ook deed, ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat er iets ontevredens, streverigs in het woord zat.

Gert antwoordde, dat hij dat niet zo ziet. Voor hem is het vooral het kritische proces dat plaatst vindt op bijvoorbeeld het hoofdstandbankje, waarbij het lichaam in zijn vrije ‘stand’ blijft zoeken naar evenwicht.

Vrij snel daarna las ik dit in ‘Yoga als levenskunst’ van B.K.S. Iyengar (een boek dat al ruim twee jaar bij mijn bed ligt en me altijd verder helpt). ‘Het hele educatieve streven van yoga is erop gericht dat alles in ons leven goed gaat. Maar iedereen weet dat een appel die er aan de buitenkant perfect uitziet vanbinnen door een onzichtbare worm kan zijn aangevreten. Bij yoga gaat het niet om de uiterlijke verschijningsvorm. Yoga gaat over het vinden en verwijderen van de worm zodat de hele appel van de schil tot de kern volmaakt en gezond is. Daarom lijken yoga en eigenlijk alle spirituele filosofieën steeds op het negatieve te hameren – hebberige begeerten, zwakheden, fouten en onevenwichtigheden.’ (blz. 216)

Ik hou eigenlijk niet zo van gehamer en als het dan toch gebeurt dan graag liever op het positieve, toch zette de tekst me verder aan het denken. … Hoe gek zou het zijn als Critical ook op dergelijke onevenwichtigheden slaat en dus inderdaad dat streverige, zoekende in zich heeft? Is daar dan zoveel mis mee?

Iyengar heeft het verderop op blz. 222 over ‘het geweten’. Die geeft hij een centrale rol in dit zoeken.

‘Het verschil [met intuïtie] is dat het geweten pijn doet; het laat ons lijden. We zeggen dat we gekweld worden door het geweten. De intuïtie wekt ons op, veroorzaakt misschien enige verwarring, want we weten niet waar het vandaan komt. Maar het geweten doet pijn. Dat komt doordat het de kern vormt van de paradox van wat het betekent om een spiritueel wezen te zijn dat leeft in een fysiek lichaam in de materiële wereld. Het geweten draagt ons op de moeilijkste weg te kiezen, omdat het ons altijd in de richting van Eenheid trekt, in de richting van Heelheid. Onze verlangens, onze zelfzucht, onze intellectuele gebreken trekken ons altijd in de richting van de wereld van diversiteit waar we oordelen vormen, doormodderen en proberen het minst kwade te kiezen. Het geweten is, als het geen gebreken vertoont, de stem van onze ziel die in ons oor fluistert.’

Ik heb veel meer met Gert’s (beeld-)spraak die altijd dicht bij werkelijke ervaringen blijft. Toch kan ik dankzij deze teksten ineens meer met het woord ‘critical’. Erkent het dat zoekende in me, dat nooit lijkt op te houden? Daar lijkt het op – en dat maakt me zomaar rustiger en – oeps – tevredener.

Een gevoel van tevredenheid koppelen aan je adem tijdens yogaoefeningen werkt goed. Je traint jezelf zo om ook in het dagelijks leven lastige situaties met een gevoel van tevredenheid en dus lichtheid te benaderen. Het klinkt zo makkelijk, maar is dat het ook?

Ik vind tevredenheid een raar ding. Het is niet echt emotie, maar meer een gemoedstoestand. Als je die toestand wilt beschrijven lijkt er niet zoveel te zeggen. Het is iets sereens, stils en rustig.

Eens kijken naar de tegenpool. Wat voel je als je ontevreden bent? Dat is veel krachtiger en dynamischer met allerlei aspecten zoals boosheid, frustratie en verdriet. Als je ontevreden bent ga je ook makkelijk van alles doen; stampen, zuchten, mopperen, vloeken en boze brieven schrijven. Daarmee vergeleken is tevredenheid, maar doodsaai. Als je ontevreden bent, voel je echt dat je leeft, het geeft zelfs drive aan je bestaan.

Niet zo gek dus dat tevreden zijn veel moeilijker is, dan ontevreden zijn. Ik heb tevreden zijn (opnieuw?) moeten leren. Juist omdat het een klein gevoel is. En nu ontdek ik steeds meer dat het dan wel klein is maar veel meer houvast biedt. Ontevredenheid is een groter gevoel, maar ook nogal grillig en destructief. Nee, dan is dat tikje saaie maar tegelijkertijd diepe, vertrouwde en zelfs wijze tevredenheid, zo gek nog niet.

Als toegift nog wat gedachtekronkels

Kronkel 1: Keuzestress

Ik ving gisteren op BNR een gesprek op over keuzestress. Vroeger toen we bijvoorbeeld alleen de PTT nog hadden voor brieven en bellen konden we daar lekker ontevreden over zijn. Vandaag de dag kun je kiezen tussen een tiental providers en een veelvoud aan belbundels. Werkt het niet zoals je wilt, dan heb je zelf verkeerd gekozen. Ontevreden zijn is vandaag de dag veel vaker onterecht. Een theorie is dat dit juist voor stress zorgt. Interessant.

Kronkel 2: De winst van conflicten en zelfmutilatie

Dat ontevredenheid een krachtige, rendabele emotie is wordt door meer theorieën onderstreept. Zo zou je kunnen stellen dat sommige mensen gebaat zijn bij conflicten. Niet alleen vanwege handel of status die daaruit voortvloeit maar simpelweg omdat het een groot en machtig gevoel oplevert. Over een extremere variant daarop las ik in boektijdschrift DUF. Het verhaal ging over zelfmutilatie. Het heeft van alles met ontevredenheid en – gebrek aan – voelen te maken. Mensen vertelden dat ze zichzelf verwonden omdat ze zo tenminste iets voelen. Beide voorbeelden geven iets meer inzicht in de behoefte aan groot gevoel. Of wellicht niet meer inzicht maar wel meer begrip.

Kronkel 3: ‘Wat een drama!’

Hier thuis hebben we iets bedacht als ontevredenheid uit de hand loopt. Als iemand blijft hangen in gemopper of getier, bevestigt de ander de ellende met een ‘jee, wat een drama zeg’ of ‘wat ontzettend naar voor je’. Dit werkt als een lachspiegel en daagt uit om aandacht te schenken aan knappere zaken. Gek genoeg leveren die paar echte drama’s in ons bestaan helemaal geen gemopper op, maar roepen juist een constructieve houding op.

Dit artikel schreef ik voor http://www.champagne.nl. Het gaat niet echt over het lijf. Of toch?

In 1998 trouwde ik mijn lief in de Champagne. Niet voor niks daar,  want al jaren was champagne voor ons de wijn der wijnen. Dan zou je denken, dat ik anno 2010 de X van champagne wel ontrafeld zou hebben. Nee dus. Maar volgens mij ben ik weer een stapje dichterbij.

De wet van pure potentialiteit

Ik ben niet alleen een buitensporige fan van champagne, ik ben dat ook van Deepak Chopra. Dr. Chopra zegt in mijn oren wijze dingen, bijvoorbeeld in zijn boek De zeven spirituele wetten van succes. De eerste wet daarin luidt De wet van pure potentialiteit. In het kort zegt die wet dat je de meeste kans op succes hebt als je datgene doet wat het dichtst bij je staat. Deze wet zit de laatste tijd weer vol in mijn systeem en dus kom ik hem overal tegen. Gisteren bijvoorbeeld in Herman van Veen’s biografie Voor ik het vergeet. Daarin zegt hij ‘ik was al zanger voor ik zanger werd’.

En volgens mij is juist dit wat champagne zo damn sexy maakt. Dat het er al is, voor het gemaakt wordt. Dat champagne het allerbeste is, wat je hier kunt maken. Dat als je gewoon, nou ja gewoon, luistert naar de bodem, de wind, de temperatuur, het terroir dus, dat je hier uiteindelijk wel champagne moet maken. Ik vind het leuk dat men elders ook bubbelwijnen maakt. Ze zijn soms zelfs hartstikke lekker, maar ze hebben nooit, nimmer die vibes die mooie champagnes hebben. Omdat het potentieel nergens zo groot is?!

Drive

Natuurlijk lukt het het ene champagnehuis veel beter om mee te drijven op die pure potentialiteit dan het andere. Dat begint vast met intuïtie die in het ene huis een grotere rol speelt/mag spelen dan in het andere. Bij die huizen waar een klein geolied team de lijnen mag uitzetten of anders gezegd mag herkennen daar gaat het goed. Lukt het kleine huizen wel altijd? Wel nee, financiële geldzorgen en andere stressoren gooien ook daar roet in het eten en de most. Idealiter volgt elk individu die bij het proces betrokken is ook zijn makkelijkste weg. Wellicht zou je veel liever auto’s maken dan champagne.

Overigens denk ik dat wijsheid, geleerdheid en deskundigheid helpen bij het herkennen van potentie en het vertalen van wat je intuïtief aanvoelt. En ook denk ik niet dat de makkelijkste weg per se makkelijk is. De ware kunst is om er licht mee om te gaan en niet te forceren. Om niet iets uit jezelf of een druif te willen persen wat er niet in zit dus.

Ik verbaas me erover hoe moeilijk ik het zelf vind om op dat spoor te blijven. Opvoeding, cultuur of mijn aard trekken me er liever uit, zo lijkt het. Gek toch dat het zo moeilijk is om zo makkelijk mogelijk te doen.

De dynamiek!

Maar er is meer aan de hand met champagne. Want zelfs de mooiste riesling of pinot noir die ook het gevolg moet zijn van bovenstaande brengt me nooit zo in beroering. Sorry jongens, hoe groot jullie ook zijn, maar die bloody bubbel geeft dynamiek, extra dynamiek. En een ding weet ik als yogi inmiddels zeker: leven is dynamiek, zelfs ontspanning en verstilling zijn dynamisch, altijd.

Begrijp me niet verkeerd, sommige stille wijnen kunnen bol staan van de energie – die je bijvoorbeeld kunt herkennen aan evoluerende geuren. Wijn is per definitie het resultaat van beweging. Alleen al als gevolg van de seizoenen, die bovendien elk jaar weer net anders zijn. Maar ja champagne heeft meer, champagne heeft mousse. En natuurlijk is ook de ene champagne veel sneller uitgeput dan de andere, maar een champagnemaker moet rekening houden met de beweging die er in zijn wijn zit. Hij heeft simpelweg geen keuze – niet

Dit dus samen met die pure potentialiteit maakt champagne zo ontzettend sexy, onweerstaanbaar, groter dan groot, lichter dan licht. En zo is een glas champagne voor mij – een glas vol levenskunst en grote bron van inspiratie.

Proost.

Mijn eerste zoem

Tijdens de yogaweek deze zomer zoemde ik voor het eerst. Het waarom van het gezoem was mij onbekend maar allez ik ervaar graag en deed dapper mee. Yogaleraar Gert lichtte het gezoem niet toe, ook later niet en eerlijk gezegd ben ik daar wel blij mee want zo kon ik blanco ervaren.

Zo te zoemen

Nu negen maanden later ben ik een beetje wijzer. De ademhaling heet bhamari (bhramari of bramari) en bhamara betekent zwarte bij. Zo beschrijft Gert de ademhaling in zijn boek Critical Alignment: ‘Til na de beoefening van de ademhalingsoefeningen je hoofd met een inademing op en plaats je nek en hoofd weer boven op je wervelkolom. Adem rustig en diep in, en maak tijdens het uitademen een zacht zoemend geluid dat vanuit je mondholte door je hele lichaam en de ruimte om je heen gaat circuleren. Maak de klank alsof je hele lichaam het geluid produceert en niet alleen de mondholte of de keel.’ Gert adviseert het vijf keer te doen, maar elders las ik dat het ook best twintig keer mag. Vind ik wel fijn, als het niet teveel aan regeltjes gebonden is.

APK

Waarom zou je gaan zitten zoemen als een bij? Ik doe het hierom. Het blijkt – voor mij – een kunst om de zoemtoon mooi te krijgen. Is dat al genoeg reden om het te doen? De oefening om iets mooi te krijgen vormt en vast in de goede richting. Ik vind de zoemtoon mooi als ik ermee kan spelen en wel zo dat het volume constant is en de klank aantrekkelijk. Ik probeer tevreden te zoemen soms bijna een beetje te spinnen als een poes. De ene keer lukt dat prachtig van hoog in mijn neus tot diep in mijn bekken. Aan het bereiken van de ruimte om me heen werk ik nog. Een andere keer zoem ik met horten en stoten klanken van een verzopen automotor of lelijker. Om in de autosfeer te blijven, zo’n zoemsessie is inmiddels onderdeel van mijn periodieke keuring. Het weerspiegelt haarfijn mijn innerlijke toestand.

Waardevol

Andersom doet me een sessie zoemen altijd goed. Juist als ik er in eerste instantie niks van bak en het pas na een keer of vier, vijf weer richting ‘mooi’ gaat. Het is alsof die mooie zoemtoon voor een vriendelijke reset zorgt. Why? Dat wil ik best weten, maar zo zonder die informatie vind ik het al heel waardevol.

Deze yogales maak ik voor jullie pudding. Ga rustig liggen en doe je ogen dicht. Het wordt een pudding zoals je in een puddingbroodje zou kunnen doen. Het recept is heel makkelijk, want ik kocht bij een goede banketbakker een mix en daar hoef ik alleen maar melk aan toe te voegen en het daarna op te warmen.

De pudding is een speciale pudding want het is jouw pudding en jij vindt hem – heel – lekker. Daarom wil ik je vragen nu verder met me mee te roeren en je jouw ideale pudding voor te stellen. In de mix zit een beetje vanille en suiker. Van beide net zoveel als jij lekker vindt. Het moet echt een pudding worden waarvan bij jou het water in de mond gaat lopen, die prettig verzadigt en een tevreden mens van je maakt. Ik vrees dat de pudding het broodje niet gaat halen, want uit het pannetje komt zo’n heerlijke geur … Ik ruik een warme lucht met zwoel en rijp amandel. Ik weet niet of er, naast de vanille ook amandel in jouw pudding zit. Misschien maakt amandel je helemaal niet zo blij als mij, maar een vleugje kaneel wel of een eetlepel honing. Alles is goed, het is jouw smulpudding. Probeer je de geur zo gedetailleerd mogelijk voor te stellen.

Voordat je de pudding ging maken, heb je anderhalf uur over de hei gewandeld. Het was zonnig maar nog flink koud en nu lust je wel wat, je hebt zelfs beretrek. Tijd om de pudding te proeven en je helemaal eigen te maken. Hij is nog prettig warm en ja hoor hij is zalig; rijk, romig, zacht en tegelijk spannend genoeg dankzij de vanille en de fijne zuiveltonen. Het water loopt je inderdaad in de mond.

De pudding als beeld wil ik vast houden bij de komende oefeningen. Ik denk dat je het makkelijk zult kunnen oproepen. Je hebt een gedetailleerde prent van de geur en geur is iets dat diep in ons geheugen, ons hoofd binnendringt. De specifieke plek van het geurcentrum in het hoofd zorgt daarvoor. Iedereen kent het wel; je ruikt iets en dat werpt je terug naar een moment uit het verleden. De zolder van je oma, de opslagruimte van ski’s en skischoenen op de wintersport. De geur van onze pudding roept een diepe associatie op met momenten van volle tevredenheid. De sensatie van de pudding heeft nog meer ingangen/aanknopingspunten: het water dat je in de mond loopt, de glimlach die het op je gezicht veroorzaakt, smaak, temperatuur en misschien zelfs wel het geluid van het roeren in het pannetje.

Misschien ben je zo liggend al behoorlijk tot pudding geworden. Ik wil je vragen daar eens mee verder te gaan. In hoeverre komt het gevoel in je gezicht overeen met die pudding. De pudding heeft nog een eigenschap die het voor verdere ontspanning zo bruikbaar maakt. De pudding is zacht maar geen pap. Hij veert net voldoende terug. Voel eens je wangen en het gebied rondom je wangen, je ogen, richting je kaken. Hoe hoog is het puddinggehalte daar? Tijd voor een puddingmasker…

Advertenties