Critical Alignment Yoga is een yogastroming met veeeel aandacht voor techniek. Dat neemt voor mij het risico mee, dat ik als leerling blijf hangen in de cognitieve fase en niet in de autonome fase kom.

Over fases in het aanleren van motorische vaardigheden leerde ik onlangs tijdens mijn fysiotherapiestudie aan de hand van het Motor Learning Model van O’Sullivan & Saunders. Ik heb er wat aan om ze los te laten om mijn yogaleerproces en deel dat hier graag.

Fasen

Laat ik de essentie per fase toelichten – maar niet voor ik een kader geschept heb. Deze fasen doorloopt een student in een yoga-oefening maar bijvoorbeeld ook een patiënt die oefent bij de therapeut. Hij leert een nieuwe beweging aan. Laat ik hier een eenvoudige yogahouding nemen, eentje die de student al vaker doet, maar waarin de leraar nu steeds focust op het stevig maar ontspannen houden van de innercore.

* Cognitieve fase: De student onderzoekt en experimenteert met de techniek dat het een lieve lust is. Hij luistert aandachtig naar de leraar, kijkt naar hem, doet hem en anderen na. Hij stuurt zichzelf bewust in elke substap aan.

* Associatieve fase: Het is voor de student nog steeds nodig om zijn aandacht bij de innercore te houden, maar de substappen lijken al meer vanzelf te gaan en vertrouwd te zijn.

* Autonome fase: De student heeft zich (een facet van) de inner core eigen gemaakt.

Te kritisch

Waarom ik het interessant vind? Vanwege mijn eerder genoemde valkuil. Ik zou zomaar té kritisch kunnen worden. Aan de ene kant is het inherent aan yoga dat er dan iets gaat knagen. Het blijft de kunst voor de yogastudent om ook al in de cognitieve fase, lichtheid als vertrekpunt te nemen. Steeds als verharding optreedt zal het lichaam kiezen voor compensatie of overbelasting. Dat monitort de yogastudent, altijd. Maar dat is niet voldoende om mij in die autonome fase te brengen.

Zonder voorbehoud

Ik ervaar de cognitieve fase als de makkelijkste, ik zou zelfs kunnen zeggen mijn habitat. Ik heb vertrouwen in mijn leraar, ik ben altijd in voor iets nieuws en smul van techniek. Het geeft me houvast. Liefst zou ik eindeloos in die eerste fase verkeren. Of toch niet?

Leraar Paul (Braaksma) zei afgelopen yogalerarenles: als je yoga echt gaat ervaren, dan staan je gedachte stil. Dat was niet nieuw voor me, maar toevallig viel het kwartje nu in het juist sleufje (denk … ik). Ik realiseerde me, dat Paul hier eigenlijk sprak over de autonome fase. Tegelijkertijd herkende ik, dat yoga voor mij de laatste tijd opvallend lichter is geworden. Juist doordat ik was gaan inzien dat er meer is, dan ‘rationele controle’. In de cognitieve fase is die controle waardevol, maar als de ratio steeds maar alle touwtjes in handen heeft, houdt dat ook mijn onzekerheid in stand.

De weg naar autonome yoga?

Al schrijvende vraag ik me het volgende af: zou er ook een sleutel liggen in de associatieve fase? Als de techniek aandachtig én kritisch is onderzocht in de cognitieve fase, vraagt de volgende fase dan niet om onderzoek en experiment met mijn vertrouwen en mijn geloof in techniek, lichaam en uhm bewegen? En volgt daaruit vanzelf de autonome fase en dus een yogahouding zonder voorbehoud?

Advertenties

In mijn vorige tekst had ik het over Eindgevoel in houdingen. Bij Critical Alignment Yoga krijg je lang niet altijd de kans om in het eindgevoel te blijven hangen. Sterker je kunt ook lessen asana’s in beweging volgen. Daarin hop je van eindstand naar eindstand en dus van eindgevoel naar eindgevoel.

Ontspan de poging

Leraar Gert zegt het zo vaak. Hij vindt het einde van een houding niet zo interessant (mijn woorden), hij vindt de weg ernaartoe interessant. Misschien zeg ik het beter zo: hij ziet meer resultaat als zijn leerlingen de poging ontspannen. Dat is ook een grotere kunst – voor mij in ieder geval wel. Ik focus me nog steeds vooral op het einde van houdingen. Een eindstand is veel makkelijker te controleren, juist omdat het er statischer aan toe gaat.

Controle controle

Als je bewegingen volledig wilt controleren wordt het al snel een vervelende, houterige en stroeve toestand. Nu resulteert dat er bij mij nog vaak in, dat ik niet alleen de controle loslaat maar ook mijn lichaamsbewustzijn. Een heel enkele keer lukt het me wel om dat lichaamsbewustzijn tijdens een serie (van asana’s in beweging) langer in stand te houden. Dan voel je kraakhelder waar spieren zich onnodig aanspannen, wanneer je een al even onnodige grimas trekt én lukt het eenvoudiger om dit op te heffen. Als dat lukt valt gek genoeg het eindgevoel eigenlijk weg en ontstaat meer een totaalgevoel. Ja, dat is wel het ultieme flowgevoel met zowel de sensatie van kracht als lichtheid. Nog veel te leren.

Tijd voor een volgende yoga-fysiokronkel. Zo schrijf je maanden niet en zo elke dag. Er is nog iets dat ik leerde tijdens mijn studie fysiotherapie en waar ik op mijn yogapad en mijn adl-pad van alles mee kan.

Ik leerde over ‘eindgevoel’. Als fysiotherapeut doe je bij mensen passief onderzoek. Als iemand last heeft van zijn schouder dan zou je zijn arm kunnen bewegen naar een eindstand zonder dat je patiënt/klant/gast zijn spieren aanspant. Als fysio ben je dan nieuwsgierig naar het eindgevoel dat je gaat voelen.

Hieronder een opsomming van de types fysiologisch eindgevoel die zoal mogelijk zijn.

Normaal

  • Hard eindgevoel: bot op bot, bot op kraakbeen, soms ook harde ligamenten
  • Elastisch eindgevoel: Dit komt verreweg het meeste voor. In dat geval zorgt het kapsel voor de rem. Een schouder geeft als het mee zit in alle richtingen een elastisch eindgevoel.
  • Zacht eindgevoel: door zachte weefsels (zoals spieren) op elkaar

Als het niet mee zit, is een van de volgende pathologisch eindgevoelen mogelijk:

  • Verhard eindgevoel (bv door osteofyten)
  • Te zacht eindgevoel
  • Abrupt (= volledig) eindgevoel
  • Leeg (= geen) eindgevoel
  • Terugverend eindgevoel

—-

Nadat ik hierover leerde, keek ik anders naar mijn eigen eindgevoel in yogahoudingen. Dat kan je natuurlijk niet helemaal vergelijken met het eindgevoel dat de fysiotherapeut voelt, maar toch ook weer wel. Zo gaat dat bij kronkels, toch?

Eindgevoel in een yogahouding

Hoe voelt het als ik in mijn held een eindstand heb bereikt? Tot mijn verbazing voelt dat nogal eens hard en gespannen. Door, door een andere bril naar mezelf te kijken ontdekte ik dit. Best even schrikken. Vanuit de drive om in houdingen steeds een stapje verder te komen creëer ik onbewust spanning en forceer ik meer dan ik dacht.

Dynamic alignment

Het lukt me nu beter om de eindstand dynamisch, energiek, licht, open, ongefragmenteerd te houden. Als ik de verharding voel komen, span ik net een slagje minder aan, rek net een tandje minder op. Vanuit dat gevoel probeer ik groei op te zoeken en wacht soms af wat er komen gaat. Dat laatste vraagt veel geduld en dat heb ik (nog) niet altijd. Nog wat te leren dus, wat fijn.

ADL staat in fysioland voor Algemeen Dagelijks Leven. Je gaat naar een fysiotherapeut als er iets flink schort aan je ADL: je kunt je haar niet meer kammen, je kun de trap nog maar nauwelijks op. Bij de fysio aan tafel, druk je de pijn of beperking die je hierbij ondervindt uit op een schaal van 0 tot 100. Je zet een streepje op een lijn tussen die twee uitersten. Je scoort dan 44 bijvoorbeeld en wil toch wel graag weer richting 56, minstens een voldoende.

Het protocol is in dat geval dat je allerlei oefeningen krijgt die direct aansluiten bij hetgeen je lastig vindt. Laten we zeggen trap lopen. Je begint dan (mits er geen ziektebeeld naar boven is gekomen) bijvoorbeeld met op een step te stappen. De week daarna stap je op en af die step en zo kom je elke week een beetje verder.

Dat is mooi, prima, bewezen goed, maar het is niet helemaal de kant die mij fascineert. Mij fascineert de mensen die een zesje (60) scoren voor hun gehele ADL en daarmee niet naar de fysio stappen. De psycholoog is nog eerder iemand naar wie mensen in zo’n geval toestappen – maar wellicht ook pas als hun score onvoldoende is.

Waarschijnlijk scoren veel mensen een zesje, door een combinatie van kleine beperkingen. Laat ik mezelf nemen:

  1. ik viel een keer te hard op mijn schouder met skiën,
  2. zo nu en dan krijg ik klachten die passen bij het beeld van een muisarm/tennisarm
  3. verder zit ik sowieso te veel en te gespannen achter mijn compu en 
  4. on top of that heb ik allerlei onzekerheden die vast niet onopgemerkt blijven door mijn lichaam.

Hoe compenseer ik deze miniklachten? In hoeverre is er een nieuwe houding, looppatroon ingesleten? Niet echt een vraagstuk waarmee je aanklopt bij een hulpverlener.

Toch kun je hier als therapeut, trainer veel mee. Met … yogahoudingen bijvoorbeeld. Juist doordat die zo ver uit de buurt liggen van je ADL en je daardoor weg gaat uit je zone van comfort, goede, slechte gewoontes en psychosomatische toestanden.

Stel dat je van je zesje een zeven wilt maken of meer … Zoek dan eens naar een antwoord, ver buiten je ADL.

Tijdens mijn opleiding fysiotherapie leerde ik het begrip bewegingsbereidheid en daar kan ik wel wat mee in yogaland.

Je vraagt als fysiotherapeut aan je patiënt om een bepaalde beweging te maken en dan kijk je onder andere hoe het ermee gesteld is, met die bewegingsbereidheid.

Het is een woord waar je lang naar kunt kijken. Vast door het ritme van e’s en i’s – maar dat is niet de reden dat ik er maanden mee in mijn hoofd liep. De eerste keer dat het woord een etage dieper zakte in mijn brein deed ik een yogahouding. Ik realiseerde me dat ik er niet verder in kwam, simpelweg omdat ik niet bereid was om de beweging te maken. Waarom niet? Joost mag het weten. Het was geen angst voor de beweging an sich. Het voelde meer alsof ik daarvoor iets moest los laten, een gewoonte moest doorbreken en ik dáár geen zin in had. Zoiets.

En toen zag ik het ineens bij anderen – het plezier, de zin, de lust, de pret om te bewegen. Ik zag het op YouTube toen ik meer over capoeira wilde weten, op tv toen ik oude beelden van Zinedine Zidane zag op het voetbalveld en ik zag het in het theater in de dansfilm Pina. Bij sommigen spat het er in de volle 100% vanaf, heerlijk om te zien.

Sindsdien speel ik met die bewegingsbereidheid. Ik probeer een yogahouding nog geïsoleerder te bekijken en te ervaren waardoor mijn beweging stopt. Is het een fysieke beperking is of is het iets anders?  Soms helpt het, om voor ik met mijn asana’s begin, naar de eerdergenoemde beelden te kijken. Ik probeer dan dat vrije gevoel van bewegen mee te nemen. Het heeft bij mij voor nieuwe ontwikkelingen gezorgd, zowel fysiek als mentaal. Wellicht kun je wat met mijn ervaring.

Op facebook legde leraar Gert de stelling neer: ‘Yoga is de hoogste vorm van sport’. De eerste vraag die dan opborrelt is natuurlijk, wat is sport? Een antwoord hierop staat bijvoorbeeld op de Engelse Wikipedia. Aan dat antwoord is niks eenduidigs.

Strijd
Wat valt op als je kijkt naar bijvoorbeeld Studio Sport of verslagen van de Olympische Spelen? Voor mij is dat het element ‘strijd’. Vooral natuurlijk als je het vergelijkt met yoga. Het feit dat dit element bij yoga juist geen ding is, diskwalificeert het wellicht als sport. Het zou tegelijkertijd ook wel eens de essentie kunnen zijn, waarom yoga wel een hoge vorm van bewegen is.

Beweegkunst
Het element strijd spreekt wilskracht aan. Dat veroorzaakt een – veelal gezonde – stress. Niks mis mee. Bij yoga echter probeer je juist je bewegingen zo te maken dat ze geen stress of strijd in het lijf oproepen. Niet omdat elke vorm van stress eng en naar is, wel nee, maar in yoga wil je ontdekken wat het lijf gaat doen als je het element stress wegneemt.

En wandelen dan?
Natuurlijk zijn er andere vormen van bewegen waarbij het element strijd ook ver te zoeken is. Denk aan wandelen, fietsen, baantjes trekken in het zwembad voor het pure plezier. Allemaal leuk en aardig, maar richt de beoefenaar daarbij bewust zijn aandacht op de ontspanning van zijn lijf? Volgens mij niet. De bewegingen bij deze activiteiten zijn bovendien nogal monotoon. Dus zelfs al zou de wandelaar voor pure ontspanning gaan, de kans dat hij daarmee alle hoeken en gaten van zijn lichaam bereikt is klein.

En Tai Chi en Qi Gong dan?
Sporten, of moet ik zeggen activiteiten als tai chi en qi gong scoren momenteel hoge ogen in de beweegtherapiehoek. Beide beoefende ik een tijdje en hoewel ik het aanraders vind biedt yoga mij meer. Vooral omdat yoga – althans de vorm van Critical Alignment Yoga – lichamelijk veel uitdagender is. Je probeert daarin niet alleen het lijf tot ontspanning te brengen, maar tegelijkertijd tot een helder, krachtiger functioneren. Met het bijproduct van ‘gezonde kracht’ kan ik veel in het dagelijks leven.

Martial Arts
Wellicht dat sommige beoefenaars van martial arts als aikido vergelijkbare ervaringen hebben als yogi’s. Ik heb echter de indruk dat dat slechts voor een klein groepje toppers geldt en niet is weg gelegd voor goed willende beginners en amateurs. Hoe anders is dat bij yoga.

Yoga als demonstratiesport?
Een demonstratiesport maken van yoga? Alsjeblieft niet. Dan roept vooral excessen op waarover Gert op zijn blog schrijft. Dan geldt hetzelfde als bij Aikido als echte kunst. Maar heel weinigen is het gegeven om als anderen naar ze kijken, zich daar helemaal, helemaal niks van aan te trekken. Zich volledig af te sluiten voor de prikkels die dat oproept.

Het gladde studentenijs
Bij deze betreed ik het gladde ijs. Als student fysiotherapie puzzel ik momenteel met allerlei facetten van onze zenuwstelsels. Ook Gert besteedt daar in zijn boek Critical Alignment veel aandacht aan. Niet toevallig waarschijnlijk.

Zenuwstelsel

Zenuwachtig
Het schijnt zo te zitten met ons zenuwstelsel. Je hebt een centraal deel. Daaronder vallen hersenen en ruggenmerg. Het overige heet het perifeer zenuwstelsel. De bekabeling van organen en spieren ligt daar. Dat perifeer zenuwstelsel kun je verder onder verdelen in een tak die we met onze wil kunnen beïnvloeden en een tak die los van onze wil functioneert. Nu wordt het interessant als we willen bewijzen dat yoga een hoge vorm van bewegen is.

Bewijs?
Bewijzen lijkt binnen fysiotherapie het toverwoord geworden. Alles mot Evidence based zijn. Niks mis mee. Leuk zelfs. Des te meer omdat Gert datzelfde probeert te doen voor yoga. Het wordt vooral aardig als de drive hierachter een lichte, frisse nieuwsgierigheid is én de behoefte om mooie schatten te delen! Worden we nu spiritueel enzo? Hoe dan ook, ook op mijn fysioschooltje Thim van der Laan is ‘Share’ het grote ding.

Onderzoek
Natuurlijk is er voor echt bewijs veel meer graafwerk nodig. Hier slijp ik lekker mijn geest en plant ik wellicht zaadjes die ooit verder tot bloei komen. Of zouden de planten van die zaadjes allang al bestaan en hoeven alleen de vruchten geplukt te worden? Ook goed.

Een deel van ons lijf beïnvloeden we dus niet met onze wil. Niks nieuws aan, toch? Dit autonome/vegetatieve/onbewuste zenuwstelsel kan nog verder onderverdeeld worden. Als je dat doet, raak je wellicht de kern van de kracht van yoga. Van het (ortho)sympatische deel profiteer je volop als je aan het sporten en bewegen bent. Tegelijkertijd rem je dan echter de werking van zijn tegenhanger, het parasympathische deel.

Definitie parasympathisch zenuwstelsel
Het parasympathisch zenuwstelsel regelt dat het lichaam in een toestand van rust en herstel kan komen. Het zorgt voor een grotere productie van verteringssappen, een snellere darmbeweging, verwijding van de bloedvaten naar het spijsverteringsstelsel, een snellere nierwerking én het verlaagt de hartslagfrequentie en ademfrequentie.

Wat zou het mooi zijn als inderdaad blijkt, dat je bij yoga traint om te bewegen zonder daarbij de werking van dit deel van je lijf al te zeer te verstoren. Die ervaring heb ik alvast wel. Soms.

Patanjali
Patanjali schreef als Indische geleerde in de 2e eeuw voor onze jaartelling belangrijke yogateksten. Een van zijn stellingen luidt ‘Bij yoga draait het om het kalmeren van de onrust van het bewustzijn’ [Bron: Yoga als levenskunst van B.K.S. Iyengar]. Daar had hij geen wetenschappelijke bewijs voor nodig. 🙂

Nog een ballontje …
Als je beweegt levert dat de hersenen sensorische informatie op. Op de afbeelding valt te zien, hoe dat in ons hoofd is verdeeld. Wat opvalt is dat sensaties in de romp verhoudingsgewijs wel heel weinig prikkels in de hersenschors opleveren. En dat terwijl de romp de basis is voor een lekkere houding. Zou yoga ook bijdragen aan een hogere gevoeligheid van de romp?

Prikkels op de hersenschors

Zo nou nou, veel plezier met uw parasympathische zenuwstelsel en de houding van uw romp

Waarom koos je voor het woord ‘Critical’ voor Alignment vroeg ik leraar Gert laatst. Als student krijg ik steeds meer zin de visie van mijn leraar te begrijpen. Ookal omdat ik nog even enthousiast ben, over wat ik van hem leer en dat graag wil verspreiden. Maar dan mot ik t wel een beetje snappen.

Ik had al weken zo nu en dan het woord met een vergrootglas bekeken en op een weegschaaltje gelegd. Wat ik ook deed, ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat er iets ontevredens, streverigs in het woord zat.

Gert antwoordde, dat hij dat niet zo ziet. Voor hem is het vooral het kritische proces dat plaatst vindt op bijvoorbeeld het hoofdstandbankje, waarbij het lichaam in zijn vrije ‘stand’ blijft zoeken naar evenwicht.

Vrij snel daarna las ik dit in ‘Yoga als levenskunst’ van B.K.S. Iyengar (een boek dat al ruim twee jaar bij mijn bed ligt en me altijd verder helpt). ‘Het hele educatieve streven van yoga is erop gericht dat alles in ons leven goed gaat. Maar iedereen weet dat een appel die er aan de buitenkant perfect uitziet vanbinnen door een onzichtbare worm kan zijn aangevreten. Bij yoga gaat het niet om de uiterlijke verschijningsvorm. Yoga gaat over het vinden en verwijderen van de worm zodat de hele appel van de schil tot de kern volmaakt en gezond is. Daarom lijken yoga en eigenlijk alle spirituele filosofieën steeds op het negatieve te hameren – hebberige begeerten, zwakheden, fouten en onevenwichtigheden.’ (blz. 216)

Ik hou eigenlijk niet zo van gehamer en als het dan toch gebeurt dan graag liever op het positieve, toch zette de tekst me verder aan het denken. … Hoe gek zou het zijn als Critical ook op dergelijke onevenwichtigheden slaat en dus inderdaad dat streverige, zoekende in zich heeft? Is daar dan zoveel mis mee?

Iyengar heeft het verderop op blz. 222 over ‘het geweten’. Die geeft hij een centrale rol in dit zoeken.

‘Het verschil [met intuïtie] is dat het geweten pijn doet; het laat ons lijden. We zeggen dat we gekweld worden door het geweten. De intuïtie wekt ons op, veroorzaakt misschien enige verwarring, want we weten niet waar het vandaan komt. Maar het geweten doet pijn. Dat komt doordat het de kern vormt van de paradox van wat het betekent om een spiritueel wezen te zijn dat leeft in een fysiek lichaam in de materiële wereld. Het geweten draagt ons op de moeilijkste weg te kiezen, omdat het ons altijd in de richting van Eenheid trekt, in de richting van Heelheid. Onze verlangens, onze zelfzucht, onze intellectuele gebreken trekken ons altijd in de richting van de wereld van diversiteit waar we oordelen vormen, doormodderen en proberen het minst kwade te kiezen. Het geweten is, als het geen gebreken vertoont, de stem van onze ziel die in ons oor fluistert.’

Ik heb veel meer met Gert’s (beeld-)spraak die altijd dicht bij werkelijke ervaringen blijft. Toch kan ik dankzij deze teksten ineens meer met het woord ‘critical’. Erkent het dat zoekende in me, dat nooit lijkt op te houden? Daar lijkt het op – en dat maakt me zomaar rustiger en – oeps – tevredener.

In het boek Vloed zet Susan Smit begrijpen tegenover beoordelen. Ze zegt – in mijn woorden – dat sommige mensen geen tijd, zin, interesse hebben om anderen te begrijpen maar wel om over ze te oordelen.

Dit leidde mij naar de zin ‘Ik begreep haar niet – dus beoordeelde ik haar maar’.

Mijn moeder leerde ons al jong: oordeel pas over iemand, als je een maanlang in zijn moccasins hebt gelopen. Dank mama voor deze mooie levensles.

Hoewel de les diep in mijn systeem zit, kan hij een nieuwe impuls gebruiken. Bij deze dus.

Anders Anders

Je bent goed

Beter?

Je bent anders

Goed

Je bent mooi

Mooier?

Je bent anders

Mooi

Je bent lief

Liever?

Je bent anders

Lief

Je bent zacht

Zachter?

Je bent anders

Zacht

Je bent wijs

Wijzer?

Je bent anders

Wijs, goed, mooi, lief, zacht

Je bent zo mooi

Mooi

Anders

Dan ik

Meer?
Minder?
Zo mooi

Anders

Ik zou je

Nooit
Anders dan

Anders willen

Bewerking van gedicht van Hans Andreus en Herman van Veen

… over tevredenheid?

Een gevoel van tevredenheid koppelen aan je adem tijdens yogaoefeningen werkt goed. Je traint jezelf zo om ook in het dagelijks leven lastige situaties met een gevoel van tevredenheid en dus lichtheid te benaderen. Het klinkt zo makkelijk, maar is dat het ook?

Ik vind tevredenheid een raar ding. Het is niet echt emotie, maar meer een gemoedstoestand. Als je die toestand wilt beschrijven lijkt er niet zoveel te zeggen. Het is iets sereens, stils en rustig.

Eens kijken naar de tegenpool. Wat voel je als je ontevreden bent? Dat is veel krachtiger en dynamischer met allerlei aspecten zoals boosheid, frustratie en verdriet. Als je ontevreden bent ga je ook makkelijk van alles doen; stampen, zuchten, mopperen, vloeken en boze brieven schrijven. Daarmee vergeleken is tevredenheid, maar doodsaai. Als je ontevreden bent, voel je echt dat je leeft, het geeft zelfs drive aan je bestaan.

Niet zo gek dus dat tevreden zijn veel moeilijker is, dan ontevreden zijn. Ik heb tevreden zijn (opnieuw?) moeten leren. Juist omdat het een klein gevoel is. En nu ontdek ik steeds meer dat het dan wel klein is maar veel meer houvast biedt. Ontevredenheid is een groter gevoel, maar ook nogal grillig en destructief. Nee, dan is dat tikje saaie maar tegelijkertijd diepe, vertrouwde en zelfs wijze tevredenheid, zo gek nog niet.

Als toegift nog wat gedachtekronkels

Kronkel 1: Keuzestress

Ik ving gisteren op BNR een gesprek op over keuzestress. Vroeger toen we bijvoorbeeld alleen de PTT nog hadden voor brieven en bellen konden we daar lekker ontevreden over zijn. Vandaag de dag kun je kiezen tussen een tiental providers en een veelvoud aan belbundels. Werkt het niet zoals je wilt, dan heb je zelf verkeerd gekozen. Ontevreden zijn is vandaag de dag veel vaker onterecht. Een theorie is dat dit juist voor stress zorgt. Interessant.

Kronkel 2: De winst van conflicten en zelfmutilatie

Dat ontevredenheid een krachtige, rendabele emotie is wordt door meer theorieën onderstreept. Zo zou je kunnen stellen dat sommige mensen gebaat zijn bij conflicten. Niet alleen vanwege handel of status die daaruit voortvloeit maar simpelweg omdat het een groot en machtig gevoel oplevert. Over een extremere variant daarop las ik in boektijdschrift DUF. Het verhaal ging over zelfmutilatie. Het heeft van alles met ontevredenheid en – gebrek aan – voelen te maken. Mensen vertelden dat ze zichzelf verwonden omdat ze zo tenminste iets voelen. Beide voorbeelden geven iets meer inzicht in de behoefte aan groot gevoel. Of wellicht niet meer inzicht maar wel meer begrip.

Kronkel 3: ‘Wat een drama!’

Hier thuis hebben we iets bedacht als ontevredenheid uit de hand loopt. Als iemand blijft hangen in gemopper of getier, bevestigt de ander de ellende met een ‘jee, wat een drama zeg’ of ‘wat ontzettend naar voor je’. Dit werkt als een lachspiegel en daagt uit om aandacht te schenken aan knappere zaken. Gek genoeg leveren die paar echte drama’s in ons bestaan helemaal geen gemopper op, maar roepen juist een constructieve houding op.

Advertenties