You are currently browsing the category archive for the ‘Why yoga?’ category.

Eerlijk-over-yogaIk raad elke yogi aan om Eerlijk over yoga te lezen. Niet om zijn wetenschappelijke pretenties wel omdat het een aanzet kan zijn tot vooruitgang.  

Wetenschappelijk, wetenschappelijker, wetenschappelijkst

De wetenschappelijke pretenties van het boek zijn erg groot. Op de achterkant van het boek staat ‘In Eerlijk over yoga gaat William J. Broad op zoek naar de wetenschap achter yoga. Elders in het boek staat ‘Dit boek […] ontwart meer dan een eeuw aan wetenschappelijk onderzoek.’ Als lezer verwacht je hierdoor nogal wat. Je verwacht overzichten met onderzoeksresultaten en liefst concrete conclusies. Helaas. Het boek staat vol met verwijzingen naar onderzoeken, maar die zijn eigenlijk nooit wetenschappelijk. Veel vaker gaat het om single cases of indrukken van vermoedelijk kundige mensen.

Leg het boek om deze reden niet weg, zet wel je gezond boerenverstand op volle sterkte en lees het als meningen over het yogawel en -wee.

Van hersenbloeding tot seksles

Wat het boek interessant maakt, is dat er een soort ordening ontstaat in de krachten en klachten dankzij yoga. Aan de hand van zeven thema’s die variëren van letsel tot seks komen ze langs. Uiteindelijk is het vooral het hoofdstuk over letsels dat indruk maakt. Het laatste dat je immers wilt als yogadocent en –leerling, is dat yoga resulteert in letsel.

Anderhalf jaar geleden zocht ik voor mijn fysiotherapiestudie naar wetenschappelijke artikelen over letsels als gevolg van yoga. Ik kon er in belangrijke databases als pubmed niet eentje vinden. William Broad blijkbaar ook niet. Hij vult het hoofdstuk daarom vooral met de resultaten van gesprekken met mensen. Hij komt zo tot voorbeelden als:

  • een jongeman die dagen achtereen urenlang op zijn hielen zat en daardoor problemen met traplopen kreeg
  • een 42-jarige vrouw die in slaap viel tijdens de zittende vooroverbuiging, paschimottanasana en daardoor de zenuwen in haar been beschadigde
  • een 28-jarige vrouw die een beroerte kreeg door op haar hoofd te balanceren met haar nek ver naar achteren gebogen

De voorbeelden betreffen vrij extreme situaties en steeds single cases. Dit zegt weinig.

Een brede conclusie die voorzichtig getrokken wordt is dat vooral extreme eindstanden van de nek een verhoogd risico op een hersenbloeding met zich meebrengen. In de chiropractie – waarbij de therapeut de beweging maakt (riskanter dus) – is uitgebreid onderzoek gedaan naar dit letsel, maar er is nooit eensluidend bewijs gevonden. Slachtoffers zijn mogelijk ‘high at risk’ en letsel had op korte termijn ook kunnen ontstaan tijdens het over de schouder kijken in de auto, het liggen met het hoofd in de wasbak van de kapper of tijdens het witten van een plafond. Een dergelijke conclusie creëert bij de lezer makkelijk angst en daar is niemand volgens mij bij gebaat. Voor een goede docent is gebrek aan coördinatie in de nek overigens makkelijk waar te nemen.

Als lezer kun je het beste kennis nemen van de voorbeelden en verder bladeren. Er wacht immers nog een hoofdstuk over goddelijke seks.

Sex sells

‘Sex sells’ dacht William Broad vast, want hij geeft seks een prominente plek in en op het boek. Aan die prominente plek is weinig verkeerd natuurlijk, in tegendeel. Ik mis helaas wel een beetje de link met yoga. Die mevrouw die een orgasme heeft van twee uur, oefent vast nog veel meer dan yoga. Gelukkig voor William komt hij desondanks tot grote inzichten: ‘Ik deed al tientallen jaren aan yoga, maar nu […] besefte ik dat de structuur van de meeste lessen – toevallig of opzettelijk – gericht was op de weergave van een van de elementairste van alle menselijke ervaringen’. Een yogales doet hem denken aan een vrijpartij. Even later onderstreept hij zijn inzicht en heeft het over zweet in de yogales, kleding die uitgaat en ademhaling die sneller wordt.

Je kijkt ineens heel anders naar een yogales, maar zelfs een gemiddelde voetbaltraining wordt een sexy aangelegenheid. Met zijn warming-up en cooling-down en ergens daartussen het hoogtepunt, de climax met veel zweet en zwaar ademen en soms zelfs een jack dat uit wordt getrokken.

De auteur heeft weliswaar veel moeite om koers te houden, maar zou dit boek yoga desondanks verder kunnen helpen?

Leve de vooruitgang

Een fysiotherapeut werd 20 jaar geleden door weinig artsen serieus genomen, vooral omdat er veel aangerommeld werd. Dat is nu anders, mede dankzij wetenschappelijk onderzoek en kritische zelfreflectie. Dit boek lijkt me een krachtig oproep om gerommel in yogaland uit te bannen en aan zelfreflectie te doen. Omdat je daar als yogi alleen maar voorstander van kan zijn, is het goed om voeling te houden met de materie die in dit boek langs komt.

Advertenties

 

‘Ja ja, ademen naar mijn voet.’ Dat dacht ik lang als iemand zoiets tegen mij zei. ‘Mijn longen reiken tot aan mijn middenrif en zuurstof komt via mijn bloed elders in mijn lijf terecht.’ Daar is mijn mening niet over veranderd, maar, maar, maar over dat ademen naar de voet of – iets vaker gehoord – nek, schouder, heup ben ik anders gaan denken.

Wat ik al wist, is dat de buik mits hij in zijn sas is, graag mee beweegt met de ademhaling. Bij jonge kinderen kun je prachtig observeren dat die beweging meer is dan een referred movement. Andersom ken ik ook de technieken waarbij het actieve gebruik van de buikspieren de cadans van de ademhaling beïnvloedt. Allemaal fijn – maar ademhalen in mijn voet?

Pranayama

In yoga vallen de ademhalingsoefeningen onder pranayama. Ayama kun je vertalen met beoefening of beheersing, maar prana niet met adem. Ik word zelfs een beetje knorrig als ik weer iemand prana letterlijk als adem hoor vertalen. Iets in mij komt in opstand, prana is namelijk zoveel meer en zoveel waardevoller. De meer gebruikelijke vertaling van prana is levensenergie, maar goed bij dat woord haakt de al te nuchtere yogi af. Voor die mensen is er ook een meer westerse kijk. Prana zou je de samenhang tussen adem, hartslag en het lymfesysteem kunnen noemen. Bij het uitademen daalt de hartslag bijvoorbeeld. In het westen heet de regulatie van die samenhang homeostase. Ik denk dat er weinig verschil is tussen homeostase en prana. Nou goed, toch een nuance. Binnen goede yogamuren leer je om prana te herkennen, het in harmonie te brengen en het vervolgens te waarderen. Maar ademen in je voet?

Okay dan

Het is me nooit lekker uitgelegd dat ademen naar mijn voet of uhm ik was met mijn aandacht ergens anders. Dat is minstens zo waarschijnlijk. Nu dan een poging om de vinger er zelf op te leggen. Daarvoor maak ik eerst een stapje terug naar de mechaniek van ademen. Die is fascinerend. Het diafragma, de grote ademhalingsspier in je middenrif spant zich aan en je ademt in. Nog een keer: de spier contraheert en je longen vullen zich met lucht en je borstkas en buik zet uit. Nog een keertje: de spier trekt samen – en je ervaart ruimte. Dat is nogal uniek. Al die mensen die kampen met overbelasting klagen toch vooral over gespannen spieren in bijvoorbeeld de schouders die juist het gevoel van een corset of al te strak harnas geven.

Kracht én ruimte in de core

Op een andere plek in mijn lichaam gebruik ik de mechaniek al lang, namelijk in de buik, in de zogenaamde core. Een krachtige core is een groot ding, niet alleen binnen yoga en pilates maar ook binnen fysiotherapie. Voor een stevige core span je je MTA aan, oftewel de grote buikspier die links van je rug begint en over je buik naar de rechterkant van je rug loopt. Het is redelijk eenvoudig om deze spier te leren aanspannen, zonder daarbij het gevoel van ruimte te moeten opgeven. Sterker binnen critical alignment yoga sta je elke les stil bij deze koppeling van een stevige core en een sensatie van ruimte en ontspanning in je buik. Bij pilates en fysiotherapie houden ze het bij het eerste – helaas. Maar dat terzijde.

Nu nog de voet

Overal in je lichaam kun je het mechanisme van ademhaling toepassen! Je initieert een uitdijende beweging, een beweging van expansie en ruimer worden. Doe het in je hand en je vingers zullen zich iets uit elkaar bewegen en zich wat strekken. Adem je uit dan buigen de vingers en bewegen naar elkaar toe. Het doet denken aan de techniek die wel bij bodyscans gebruikt wordt. Daarbij lig je languit op je matje en wordt gevraagd om je kuit aan te spannen en te ontspannen en dan je bovenbeenspieren enzovoort.

Vertrekpunt is expansie

Bij een bodyscan is het vertrekpunt het aanspannen. Bij de techniek van ademen in je voet (heup, oksel of schouder) is de insteek het verlengen van spieren en dus het opener worden. Dat verlegt de aandacht en dus het gevoel erbij essentieel anders. Overigens heb ik het over minimale bewegingsuitslagen die je makkelijk kunt toepassen in elke houding. Neem een willekeurige yogahouding zoals de hond. Hierbij komen nogal wat plekken met chronische spanning aan het licht. Bijvoorbeeld tussen de schouderbladen. Door hier nu juist met dat ademhalingsmechanisme van expansie en verruimen naar toe te gaan, gebeurt er veel, heel veel.

Als iemand nu nog tegen mij zegt ‘adem naar je voet’ is er dus niks meer dat in opstand komt. Sterker ik maak een vreugdesprongetje van binnen. Joepie, ademen in mijn voet!

In mijn vorige tekst had ik het over Eindgevoel in houdingen. Bij Critical Alignment Yoga krijg je lang niet altijd de kans om in het eindgevoel te blijven hangen. Sterker je kunt ook lessen asana’s in beweging volgen. Daarin hop je van eindstand naar eindstand en dus van eindgevoel naar eindgevoel.

Ontspan de poging

Leraar Gert zegt het zo vaak. Hij vindt het einde van een houding niet zo interessant (mijn woorden), hij vindt de weg ernaartoe interessant. Misschien zeg ik het beter zo: hij ziet meer resultaat als zijn leerlingen de poging ontspannen. Dat is ook een grotere kunst – voor mij in ieder geval wel. Ik focus me nog steeds vooral op het einde van houdingen. Een eindstand is veel makkelijker te controleren, juist omdat het er statischer aan toe gaat.

Controle controle

Als je bewegingen volledig wilt controleren wordt het al snel een vervelende, houterige en stroeve toestand. Nu resulteert dat er bij mij nog vaak in, dat ik niet alleen de controle loslaat maar ook mijn lichaamsbewustzijn. Een heel enkele keer lukt het me wel om dat lichaamsbewustzijn tijdens een serie (van asana’s in beweging) langer in stand te houden. Dan voel je kraakhelder waar spieren zich onnodig aanspannen, wanneer je een al even onnodige grimas trekt én lukt het eenvoudiger om dit op te heffen. Als dat lukt valt gek genoeg het eindgevoel eigenlijk weg en ontstaat meer een totaalgevoel. Ja, dat is wel het ultieme flowgevoel met zowel de sensatie van kracht als lichtheid. Nog veel te leren.

Tijd voor een volgende yoga-fysiokronkel. Zo schrijf je maanden niet en zo elke dag. Er is nog iets dat ik leerde tijdens mijn studie fysiotherapie en waar ik op mijn yogapad en mijn adl-pad van alles mee kan.

Ik leerde over ‘eindgevoel’. Als fysiotherapeut doe je bij mensen passief onderzoek. Als iemand last heeft van zijn schouder dan zou je zijn arm kunnen bewegen naar een eindstand zonder dat je patiënt/klant/gast zijn spieren aanspant. Als fysio ben je dan nieuwsgierig naar het eindgevoel dat je gaat voelen.

Hieronder een opsomming van de types fysiologisch eindgevoel die zoal mogelijk zijn.

Normaal

  • Hard eindgevoel: bot op bot, bot op kraakbeen, soms ook harde ligamenten
  • Elastisch eindgevoel: Dit komt verreweg het meeste voor. In dat geval zorgt het kapsel voor de rem. Een schouder geeft als het mee zit in alle richtingen een elastisch eindgevoel.
  • Zacht eindgevoel: door zachte weefsels (zoals spieren) op elkaar

Als het niet mee zit, is een van de volgende pathologisch eindgevoelen mogelijk:

  • Verhard eindgevoel (bv door osteofyten)
  • Te zacht eindgevoel
  • Abrupt (= volledig) eindgevoel
  • Leeg (= geen) eindgevoel
  • Terugverend eindgevoel

—-

Nadat ik hierover leerde, keek ik anders naar mijn eigen eindgevoel in yogahoudingen. Dat kan je natuurlijk niet helemaal vergelijken met het eindgevoel dat de fysiotherapeut voelt, maar toch ook weer wel. Zo gaat dat bij kronkels, toch?

Eindgevoel in een yogahouding

Hoe voelt het als ik in mijn held een eindstand heb bereikt? Tot mijn verbazing voelt dat nogal eens hard en gespannen. Door, door een andere bril naar mezelf te kijken ontdekte ik dit. Best even schrikken. Vanuit de drive om in houdingen steeds een stapje verder te komen creëer ik onbewust spanning en forceer ik meer dan ik dacht.

Dynamic alignment

Het lukt me nu beter om de eindstand dynamisch, energiek, licht, open, ongefragmenteerd te houden. Als ik de verharding voel komen, span ik net een slagje minder aan, rek net een tandje minder op. Vanuit dat gevoel probeer ik groei op te zoeken en wacht soms af wat er komen gaat. Dat laatste vraagt veel geduld en dat heb ik (nog) niet altijd. Nog wat te leren dus, wat fijn.

ADL staat in fysioland voor Algemeen Dagelijks Leven. Je gaat naar een fysiotherapeut als er iets flink schort aan je ADL: je kunt je haar niet meer kammen, je kun de trap nog maar nauwelijks op. Bij de fysio aan tafel, druk je de pijn of beperking die je hierbij ondervindt uit op een schaal van 0 tot 100. Je zet een streepje op een lijn tussen die twee uitersten. Je scoort dan 44 bijvoorbeeld en wil toch wel graag weer richting 56, minstens een voldoende.

Het protocol is in dat geval dat je allerlei oefeningen krijgt die direct aansluiten bij hetgeen je lastig vindt. Laten we zeggen trap lopen. Je begint dan (mits er geen ziektebeeld naar boven is gekomen) bijvoorbeeld met op een step te stappen. De week daarna stap je op en af die step en zo kom je elke week een beetje verder.

Dat is mooi, prima, bewezen goed, maar het is niet helemaal de kant die mij fascineert. Mij fascineert de mensen die een zesje (60) scoren voor hun gehele ADL en daarmee niet naar de fysio stappen. De psycholoog is nog eerder iemand naar wie mensen in zo’n geval toestappen – maar wellicht ook pas als hun score onvoldoende is.

Waarschijnlijk scoren veel mensen een zesje, door een combinatie van kleine beperkingen. Laat ik mezelf nemen:

  1. ik viel een keer te hard op mijn schouder met skiën,
  2. zo nu en dan krijg ik klachten die passen bij het beeld van een muisarm/tennisarm
  3. verder zit ik sowieso te veel en te gespannen achter mijn compu en 
  4. on top of that heb ik allerlei onzekerheden die vast niet onopgemerkt blijven door mijn lichaam.

Hoe compenseer ik deze miniklachten? In hoeverre is er een nieuwe houding, looppatroon ingesleten? Niet echt een vraagstuk waarmee je aanklopt bij een hulpverlener.

Toch kun je hier als therapeut, trainer veel mee. Met … yogahoudingen bijvoorbeeld. Juist doordat die zo ver uit de buurt liggen van je ADL en je daardoor weg gaat uit je zone van comfort, goede, slechte gewoontes en psychosomatische toestanden.

Stel dat je van je zesje een zeven wilt maken of meer … Zoek dan eens naar een antwoord, ver buiten je ADL.

Tijdens mijn opleiding fysiotherapie leerde ik het begrip bewegingsbereidheid en daar kan ik wel wat mee in yogaland.

Je vraagt als fysiotherapeut aan je patiënt om een bepaalde beweging te maken en dan kijk je onder andere hoe het ermee gesteld is, met die bewegingsbereidheid.

Het is een woord waar je lang naar kunt kijken. Vast door het ritme van e’s en i’s – maar dat is niet de reden dat ik er maanden mee in mijn hoofd liep. De eerste keer dat het woord een etage dieper zakte in mijn brein deed ik een yogahouding. Ik realiseerde me dat ik er niet verder in kwam, simpelweg omdat ik niet bereid was om de beweging te maken. Waarom niet? Joost mag het weten. Het was geen angst voor de beweging an sich. Het voelde meer alsof ik daarvoor iets moest los laten, een gewoonte moest doorbreken en ik dáár geen zin in had. Zoiets.

En toen zag ik het ineens bij anderen – het plezier, de zin, de lust, de pret om te bewegen. Ik zag het op YouTube toen ik meer over capoeira wilde weten, op tv toen ik oude beelden van Zinedine Zidane zag op het voetbalveld en ik zag het in het theater in de dansfilm Pina. Bij sommigen spat het er in de volle 100% vanaf, heerlijk om te zien.

Sindsdien speel ik met die bewegingsbereidheid. Ik probeer een yogahouding nog geïsoleerder te bekijken en te ervaren waardoor mijn beweging stopt. Is het een fysieke beperking is of is het iets anders?  Soms helpt het, om voor ik met mijn asana’s begin, naar de eerdergenoemde beelden te kijken. Ik probeer dan dat vrije gevoel van bewegen mee te nemen. Het heeft bij mij voor nieuwe ontwikkelingen gezorgd, zowel fysiek als mentaal. Wellicht kun je wat met mijn ervaring.

Dit wordt een tekstje over vrijheid. Vrijheid blijkt nogal al een ding, zelfs of juist in de politiek. Het lijkt me niet zo wijs om hier mijn politieke standpunten te verkondigen, maar ik kan het niet laten. Zo snap ik niks van mensen die denken, dat als je geboren bent in welvarend Nederland je dat allerlei levenslange rechten op rijkdom geeft. Ik ben dan wel weer voorstander van het idee, dat alle mensen met een vernietigend, destructief idee naar een plek ver weg moeten – maar daar heeft het woordje Islam niks mee te maken. Bueno, vrijheid dus.

Als je het over vrijheid hebt, kun je denken aan vrijheid van meningsuiting, onderwijs, godsdienst, vestiging, vereniging enzovoort. Je kunt ook denken aan bewegingsvrijheid en dat is momenteel helemaal mijn ding.

Keurslijf

Kent u het boek ‘Oei, ik groei’? Dat gaat over de ontwikkeling van kleine kindjes. Die ontwikkeling gaat niet geleidelijk en leuk stapje voor stapje. Nee, weken hangt er een volgende stap in de lucht en ineens – soms binnen een paar uur, neemt zo’n kleintje de stap. Dan praat zo’n minimensje ineens in zinnetjes. Ik heb stellig de indruk dat het bij volwassenen niet zo anders gaat. Althans bij mij. Mijn recente oei-ik-groei gaf mij een enorme dosis bewegingsvrijheid terug. Ik liep over straat op weg naar de Appie en voelde me ineens zoveel lichter en dus vrijer. Alsof ik een soort keurslijf kwijt was.

Corset

Ik wil graag beschrijven hoe dat voelt zo’n keurslijf en wel omdat ik weet dat mijn nieuw verworven vrijheid straks normaal zal zijn. Gelukkig werkt dat zo met nieuwe situaties. Het nadeel is, dat het plezier van de nieuwe verworvenheid daarmee ook kleiner wordt. Ach ja, blijven groeien dus.

Het gevoel van een keurslijf voelt letterlijk als een corset of een harnas dat twee tandjes te strak zit. Nu ik achter mijn computer zit, met naast me een to-do-lijst met daarop alles wat ik vanochtend nog wil weg werken, voel ik mijn keurslijfje gewoon weer zitten. Nee, echt kwijt ben ik hem nog lang niet. Rond mijn ribben zit een soort kracht die me in elkaar duwt. Ook bij mijn schouderbladen en in mijn heupen voel ik het. Het is alsof die kracht me in een soort foetushouding dwingt. En he listen dat is echt onhandig als je achter je compu in een arboverantwoorde houding wil werken.

Foetushouding

Als ik me nu – voor de verandering een beetje meegaand opstel, dan buigt mijn bovenrug verder omhoog zoals bij Gollem uit Lord of the Rings. Mijn schouders, zie ik in een flinke hoek naar voren staan. Interessanter nog dan hoe het eruit ziet – ik wil helemaal niet op Gollem lijken! – is hoe het voelt. Het voelt best rustig, maar het voelt ook hard en stijf. Als een soort harde zekerheid. Het is enerzijds een krachtig en aantrekkelijk gevoel maar sinds ik die ontmoeting met hernieuwde bewegingsvrijheid heb gehad, voel ik de keerzijde sterk. In de gebolde houding voel ik bijvoorbeeld mijn schouderbladen niet meer en kan ze ook niet aansturen. Het gevolg: ik wil af van het verstikkende gevoel, ik wil zelfbeschikking en snak naar vrijheid, naar vrijheid in mijn eigen lijf!

De dynamische rug

Nu ik mezelf netjes uitlijn – naar het gedachtegoed van critical alignment, krijg ik mijn vrijheid weer terug. Pfffff, saved.

Tijd voor een lekkere serie asana’s in beweging – zonder keurslijf!

kleine gevoelens?

kleine gevoelens?

Als yogajuf i.o. speel ik met de vraag: hoe krijg ik iedere Nederlander op de yogamat? En logischerwijs ook met de vraag: waarom ligt iedereen nog niet op de mat?

Er is yoga en yoga

Om te beginnen is yoga er in soorten en maten. Je hebt zweefyoga en zweetyoga en van alles er tussenin. Mijn broer vertelde mij dat onze papa volgende week een yogaweekend gaat doen. Interessant, dacht ik. Lijkt me sterk, dacht ik tegelijkertijd, want de man is momenteel meer into tai chi en zen. En inderdaad mijn broer bleek yoga en zen op een hoop te hebben geveegd. Tja en werf dan maar eens mensen.

Wat is yoga?

Als mensen mij vragen ‘wat is yoga?’ probeer ik soms een kort antwoord te geven en zeg zoiets als: bij yoga leer je je lichaam kennen als ingang voor persoonlijke ontwikkeling. Het wordt me echter steeds duidelijker dat een kort antwoord geven op de vraag niet zo interessant is en dus stel ik steeds vaker een tegenvraag, bijvoorbeeld ‘wat zoek je?’. Dat geeft  aanknopingspunten om duidelijk te maken wat yoga wel en niet kan zijn en zorgt voor een leuker gesprek.

Een mens is een mens is een mens

Beetje bij beetje krijg ik een beeld van mensen met een hoog en mensen met een laag yogapotentieel. Een hipo heeft allereerst een nieuwsgierige aard. Die nieuwsgierigheid richt zich niet alleen op grote gevoelens maar juist ook op kleine. Valt daarmee een grote club af?  Dat hoeft niet, maar de kans dat je meer dan één lesje yoga volgt als je leven nu gedomineerd wordt door snel en ad rem handelen lijkt me klein. Klopt het dat (veel) mannen meer behoefte hebben aan grote gevoelens dan vrouwen?

Deugt mijn stelling? Genoeg stof tot verder nadenken.

Dit smaakt dus naar meer

Waarom yoga? Waarom Critical Alignment Yoga? Omdat het zo lekker is om je eigen lijf te herontdekken. Onder meer.

Deze zomer tijdens de yogaweek in Frankrijk vroeg yogaleraar Gert ons, onze schouderbladen los te laten hangen. Schouderbladen, schouderbladen? Ja waar die volgens de wetenschap in een menselijk lichaam zitten dat wist ik wel, maar dat is iets anders dan ze daadwerkelijk voelen. En laat ze dan maar eens los. Inmiddels een half jaar verder heb ik ze terug, voel er spanning in opkomen en kan die meestal weer kwijt.

Na mijn schouderbladen volgden:

  • dat stuk tussen mijn schouderbladen links en rechts van mijn ruggenwervel
  • de onderkant van mijn nek aan de achterzijde
  • een lagere basis in mijn rug van waaruit ik mijn hoofd voel bewegen
  • mijn atlas die beurs werd en daarna een beetje losser, opener, lichter
  • mijn hartstreek die uit zijn harnas ontsnapt lijkt
  • de handgreep uit mijn nek die zich terug trekt
  • plekjes her en der in mijn heupen
  • uhm mijn oksels

Laagje-voor-laagje

Het begin van een nieuwe ronde ontdek-je-plekje kondigt zich vaak maar lang niet altijd aan met zo’n beurs gevoel. Soms is een gebied gewoon ineens vrij en realiseer je je bijvoorbeeld ‘verhip inderdaad draag ik het gewicht van mijn hoofd laag in mijn bovenrug’. De eerste klap is een daalder waard of het blijkt slechts een topje van een ijsberg, meestal zitten er onder de eerste dikke laag nog heel wat te halen. Mensen die onbekend zijn met yoga denken dat je daaraan alleen plezier beleeft als je lenig en fit lijf hebt. Niets is minder waar. Juist beginners krijgen veel eer van hun werk. Maar pas op, een yogaholic ben je zomaar.

Het smaakt altijd naar meer

Yoga is een raar ding. Het is alsof je steeds een nieuwe worst wordt voorgehouden. Even krijg je een sneak preview van hoe het voelt om een soepelere onderrug te hebben. Maar als de gewenste aandacht en verzorging voor die onderrug niet volgt, dan voel je ineens wat je jezelf aandoet en wordt het daar juist beurs en houterig. Je gaat twee stapjes naar voren en dan weer een terug. Dat klinkt gemeen maar zo voelt het niet. Je kunt kiezen …, nog wat langer negeren en je voelt gewoon geen onderrug meer of vrolijk verder met ontdek-je-plekje.

Waar zitten mijn heupen?

Vaste prik hierbij is om op je kop op een hoofdstandbankje te staan. En dan je lijf te voelen, althans dat is het idee. Vooralsnog heb ik ondersteboven geen idee waar ik mijn heupen kan vinden. En daar krijg ik dus goede yoga- en leeflust van. Je zal het maar hebben.

Advertenties