You are currently browsing the category archive for the ‘Ontspanning’ category.

Burn-out check

De drie symptomen

Mensen met een burn-out laten de volgende drie symptomen zien:

1. Emotionele uitputting
Ze voelen zich letterlijk ‘eindeloos’ moe. Dit uit zich in minstens twee van de volgende klachten: pijn in de spieren, duizeligheid, spanningshoofdpijn, slaapstoornis, niet in staat om te ontspannen, prikkelbaarheid en dyspepsie (maag/darmbezwaren).
 
2. Depersonalisatie of distantie
Ze hebben een cynische, negatieve en onverschillige houding ten opzichte van (een groot deel) van hun omgeving.
 
3. Verminderde persoonlijke bekwaamheid
Ze voelen zich minder competent en hun zelfbeeld wordt steeds negatiever.
 
Eigenschappen
Mensen met onderstaande eigenschappen zijn kwetsbaar. Als de belasting door bijvoorbeeld werkdruk of ziekte verhoogd is, hebben zij een verhoogd risico op een burn-out.
  • Neiging tot perfectionisme
  • Hard werkend
  • Plichtsgetrouw
  • Toegewijd idealisme
  • Ambitie
  • Behoefte zichzelf te bewijzen
  • Doelgerichtheid
  • Moeite met nee zeggen
  • Eigen grenzen niet kennen
  • Moeite met delegeren

Hopelijk helpen deze inzichten je om een burn-out bij jezelf of een naaste te voorkomen. Twijfels? Ga liever een keer teveel naar een huisarts, dan een keer te weinig.

Met dank aan de colleges over burn-out bij Thim van der Laan.

Advertenties

Rolletje

Aan begin van de meeste CAY-lessen ga je liggen op een rolletje en/of een stripje. Dit zijn twee van de bekende cay-tools. Het rolletje en/of stripje leg je onder je rug op plekken waar veel lichamen chronisch gespannen spieren hebben. Waarom? Om te beginnen zorgt de liggende houding voor een warming up. Je gaat van de doe-modus naar de zijn-modus*. Juist omdat de tool je heel direct confronteert met chronisch spanning, ben je binnen mum van tijd uit je hoofd weg. Je neemt nog even geen houding aan, juist niet, het hulpmiddel nodigt je uit om optimaal te ontspannen. De tools geven je vervolgens de mogelijkheid om in te zoomen op een segment, op wervelniveau zelfs. Vooral als je lichaamsbewustzijn nog niet zo groot is, dan lukt je dat niet in een asana. Met de tools is het een fluitje van een cent.

Stripje

* Zindel Segal introduceerde de doe- en zijn-modus voor zijn Mindfulness-Based Cognitive Therapy. Graag sta ik binnenkort uitgebreider stil bij deze modi, want het lijkt me een van de grote krachten van yoga: ‘doen in de zijn-modus’.

‘Ja ja, ademen naar mijn voet.’ Dat dacht ik lang als iemand zoiets tegen mij zei. ‘Mijn longen reiken tot aan mijn middenrif en zuurstof komt via mijn bloed elders in mijn lijf terecht.’ Daar is mijn mening niet over veranderd, maar, maar, maar over dat ademen naar de voet of – iets vaker gehoord – nek, schouder, heup ben ik anders gaan denken.

Wat ik al wist, is dat de buik mits hij in zijn sas is, graag mee beweegt met de ademhaling. Bij jonge kinderen kun je prachtig observeren dat die beweging meer is dan een referred movement. Andersom ken ik ook de technieken waarbij het actieve gebruik van de buikspieren de cadans van de ademhaling beïnvloedt. Allemaal fijn – maar ademhalen in mijn voet?

Pranayama

In yoga vallen de ademhalingsoefeningen onder pranayama. Ayama kun je vertalen met beoefening of beheersing, maar prana niet met adem. Ik word zelfs een beetje knorrig als ik weer iemand prana letterlijk als adem hoor vertalen. Iets in mij komt in opstand, prana is namelijk zoveel meer en zoveel waardevoller. De meer gebruikelijke vertaling van prana is levensenergie, maar goed bij dat woord haakt de al te nuchtere yogi af. Voor die mensen is er ook een meer westerse kijk. Prana zou je de samenhang tussen adem, hartslag en het lymfesysteem kunnen noemen. Bij het uitademen daalt de hartslag bijvoorbeeld. In het westen heet de regulatie van die samenhang homeostase. Ik denk dat er weinig verschil is tussen homeostase en prana. Nou goed, toch een nuance. Binnen goede yogamuren leer je om prana te herkennen, het in harmonie te brengen en het vervolgens te waarderen. Maar ademen in je voet?

Okay dan

Het is me nooit lekker uitgelegd dat ademen naar mijn voet of uhm ik was met mijn aandacht ergens anders. Dat is minstens zo waarschijnlijk. Nu dan een poging om de vinger er zelf op te leggen. Daarvoor maak ik eerst een stapje terug naar de mechaniek van ademen. Die is fascinerend. Het diafragma, de grote ademhalingsspier in je middenrif spant zich aan en je ademt in. Nog een keer: de spier contraheert en je longen vullen zich met lucht en je borstkas en buik zet uit. Nog een keertje: de spier trekt samen – en je ervaart ruimte. Dat is nogal uniek. Al die mensen die kampen met overbelasting klagen toch vooral over gespannen spieren in bijvoorbeeld de schouders die juist het gevoel van een corset of al te strak harnas geven.

Kracht én ruimte in de core

Op een andere plek in mijn lichaam gebruik ik de mechaniek al lang, namelijk in de buik, in de zogenaamde core. Een krachtige core is een groot ding, niet alleen binnen yoga en pilates maar ook binnen fysiotherapie. Voor een stevige core span je je MTA aan, oftewel de grote buikspier die links van je rug begint en over je buik naar de rechterkant van je rug loopt. Het is redelijk eenvoudig om deze spier te leren aanspannen, zonder daarbij het gevoel van ruimte te moeten opgeven. Sterker binnen critical alignment yoga sta je elke les stil bij deze koppeling van een stevige core en een sensatie van ruimte en ontspanning in je buik. Bij pilates en fysiotherapie houden ze het bij het eerste – helaas. Maar dat terzijde.

Nu nog de voet

Overal in je lichaam kun je het mechanisme van ademhaling toepassen! Je initieert een uitdijende beweging, een beweging van expansie en ruimer worden. Doe het in je hand en je vingers zullen zich iets uit elkaar bewegen en zich wat strekken. Adem je uit dan buigen de vingers en bewegen naar elkaar toe. Het doet denken aan de techniek die wel bij bodyscans gebruikt wordt. Daarbij lig je languit op je matje en wordt gevraagd om je kuit aan te spannen en te ontspannen en dan je bovenbeenspieren enzovoort.

Vertrekpunt is expansie

Bij een bodyscan is het vertrekpunt het aanspannen. Bij de techniek van ademen in je voet (heup, oksel of schouder) is de insteek het verlengen van spieren en dus het opener worden. Dat verlegt de aandacht en dus het gevoel erbij essentieel anders. Overigens heb ik het over minimale bewegingsuitslagen die je makkelijk kunt toepassen in elke houding. Neem een willekeurige yogahouding zoals de hond. Hierbij komen nogal wat plekken met chronische spanning aan het licht. Bijvoorbeeld tussen de schouderbladen. Door hier nu juist met dat ademhalingsmechanisme van expansie en verruimen naar toe te gaan, gebeurt er veel, heel veel.

Als iemand nu nog tegen mij zegt ‘adem naar je voet’ is er dus niks meer dat in opstand komt. Sterker ik maak een vreugdesprongetje van binnen. Joepie, ademen in mijn voet!

In mijn vorige tekst had ik het over Eindgevoel in houdingen. Bij Critical Alignment Yoga krijg je lang niet altijd de kans om in het eindgevoel te blijven hangen. Sterker je kunt ook lessen asana’s in beweging volgen. Daarin hop je van eindstand naar eindstand en dus van eindgevoel naar eindgevoel.

Ontspan de poging

Leraar Gert zegt het zo vaak. Hij vindt het einde van een houding niet zo interessant (mijn woorden), hij vindt de weg ernaartoe interessant. Misschien zeg ik het beter zo: hij ziet meer resultaat als zijn leerlingen de poging ontspannen. Dat is ook een grotere kunst – voor mij in ieder geval wel. Ik focus me nog steeds vooral op het einde van houdingen. Een eindstand is veel makkelijker te controleren, juist omdat het er statischer aan toe gaat.

Controle controle

Als je bewegingen volledig wilt controleren wordt het al snel een vervelende, houterige en stroeve toestand. Nu resulteert dat er bij mij nog vaak in, dat ik niet alleen de controle loslaat maar ook mijn lichaamsbewustzijn. Een heel enkele keer lukt het me wel om dat lichaamsbewustzijn tijdens een serie (van asana’s in beweging) langer in stand te houden. Dan voel je kraakhelder waar spieren zich onnodig aanspannen, wanneer je een al even onnodige grimas trekt én lukt het eenvoudiger om dit op te heffen. Als dat lukt valt gek genoeg het eindgevoel eigenlijk weg en ontstaat meer een totaalgevoel. Ja, dat is wel het ultieme flowgevoel met zowel de sensatie van kracht als lichtheid. Nog veel te leren.

Tijd voor een volgende yoga-fysiokronkel. Zo schrijf je maanden niet en zo elke dag. Er is nog iets dat ik leerde tijdens mijn studie fysiotherapie en waar ik op mijn yogapad en mijn adl-pad van alles mee kan.

Ik leerde over ‘eindgevoel’. Als fysiotherapeut doe je bij mensen passief onderzoek. Als iemand last heeft van zijn schouder dan zou je zijn arm kunnen bewegen naar een eindstand zonder dat je patiënt/klant/gast zijn spieren aanspant. Als fysio ben je dan nieuwsgierig naar het eindgevoel dat je gaat voelen.

Hieronder een opsomming van de types fysiologisch eindgevoel die zoal mogelijk zijn.

Normaal

  • Hard eindgevoel: bot op bot, bot op kraakbeen, soms ook harde ligamenten
  • Elastisch eindgevoel: Dit komt verreweg het meeste voor. In dat geval zorgt het kapsel voor de rem. Een schouder geeft als het mee zit in alle richtingen een elastisch eindgevoel.
  • Zacht eindgevoel: door zachte weefsels (zoals spieren) op elkaar

Als het niet mee zit, is een van de volgende pathologisch eindgevoelen mogelijk:

  • Verhard eindgevoel (bv door osteofyten)
  • Te zacht eindgevoel
  • Abrupt (= volledig) eindgevoel
  • Leeg (= geen) eindgevoel
  • Terugverend eindgevoel

—-

Nadat ik hierover leerde, keek ik anders naar mijn eigen eindgevoel in yogahoudingen. Dat kan je natuurlijk niet helemaal vergelijken met het eindgevoel dat de fysiotherapeut voelt, maar toch ook weer wel. Zo gaat dat bij kronkels, toch?

Eindgevoel in een yogahouding

Hoe voelt het als ik in mijn held een eindstand heb bereikt? Tot mijn verbazing voelt dat nogal eens hard en gespannen. Door, door een andere bril naar mezelf te kijken ontdekte ik dit. Best even schrikken. Vanuit de drive om in houdingen steeds een stapje verder te komen creëer ik onbewust spanning en forceer ik meer dan ik dacht.

Dynamic alignment

Het lukt me nu beter om de eindstand dynamisch, energiek, licht, open, ongefragmenteerd te houden. Als ik de verharding voel komen, span ik net een slagje minder aan, rek net een tandje minder op. Vanuit dat gevoel probeer ik groei op te zoeken en wacht soms af wat er komen gaat. Dat laatste vraagt veel geduld en dat heb ik (nog) niet altijd. Nog wat te leren dus, wat fijn.

Dit wordt een tekstje over vrijheid. Vrijheid blijkt nogal al een ding, zelfs of juist in de politiek. Het lijkt me niet zo wijs om hier mijn politieke standpunten te verkondigen, maar ik kan het niet laten. Zo snap ik niks van mensen die denken, dat als je geboren bent in welvarend Nederland je dat allerlei levenslange rechten op rijkdom geeft. Ik ben dan wel weer voorstander van het idee, dat alle mensen met een vernietigend, destructief idee naar een plek ver weg moeten – maar daar heeft het woordje Islam niks mee te maken. Bueno, vrijheid dus.

Als je het over vrijheid hebt, kun je denken aan vrijheid van meningsuiting, onderwijs, godsdienst, vestiging, vereniging enzovoort. Je kunt ook denken aan bewegingsvrijheid en dat is momenteel helemaal mijn ding.

Keurslijf

Kent u het boek ‘Oei, ik groei’? Dat gaat over de ontwikkeling van kleine kindjes. Die ontwikkeling gaat niet geleidelijk en leuk stapje voor stapje. Nee, weken hangt er een volgende stap in de lucht en ineens – soms binnen een paar uur, neemt zo’n kleintje de stap. Dan praat zo’n minimensje ineens in zinnetjes. Ik heb stellig de indruk dat het bij volwassenen niet zo anders gaat. Althans bij mij. Mijn recente oei-ik-groei gaf mij een enorme dosis bewegingsvrijheid terug. Ik liep over straat op weg naar de Appie en voelde me ineens zoveel lichter en dus vrijer. Alsof ik een soort keurslijf kwijt was.

Corset

Ik wil graag beschrijven hoe dat voelt zo’n keurslijf en wel omdat ik weet dat mijn nieuw verworven vrijheid straks normaal zal zijn. Gelukkig werkt dat zo met nieuwe situaties. Het nadeel is, dat het plezier van de nieuwe verworvenheid daarmee ook kleiner wordt. Ach ja, blijven groeien dus.

Het gevoel van een keurslijf voelt letterlijk als een corset of een harnas dat twee tandjes te strak zit. Nu ik achter mijn computer zit, met naast me een to-do-lijst met daarop alles wat ik vanochtend nog wil weg werken, voel ik mijn keurslijfje gewoon weer zitten. Nee, echt kwijt ben ik hem nog lang niet. Rond mijn ribben zit een soort kracht die me in elkaar duwt. Ook bij mijn schouderbladen en in mijn heupen voel ik het. Het is alsof die kracht me in een soort foetushouding dwingt. En he listen dat is echt onhandig als je achter je compu in een arboverantwoorde houding wil werken.

Foetushouding

Als ik me nu – voor de verandering een beetje meegaand opstel, dan buigt mijn bovenrug verder omhoog zoals bij Gollem uit Lord of the Rings. Mijn schouders, zie ik in een flinke hoek naar voren staan. Interessanter nog dan hoe het eruit ziet – ik wil helemaal niet op Gollem lijken! – is hoe het voelt. Het voelt best rustig, maar het voelt ook hard en stijf. Als een soort harde zekerheid. Het is enerzijds een krachtig en aantrekkelijk gevoel maar sinds ik die ontmoeting met hernieuwde bewegingsvrijheid heb gehad, voel ik de keerzijde sterk. In de gebolde houding voel ik bijvoorbeeld mijn schouderbladen niet meer en kan ze ook niet aansturen. Het gevolg: ik wil af van het verstikkende gevoel, ik wil zelfbeschikking en snak naar vrijheid, naar vrijheid in mijn eigen lijf!

De dynamische rug

Nu ik mezelf netjes uitlijn – naar het gedachtegoed van critical alignment, krijg ik mijn vrijheid weer terug. Pfffff, saved.

Tijd voor een lekkere serie asana’s in beweging – zonder keurslijf!

Ik hoor vaak beweren dat angst de grote reden is om dingen niet doen. Bijvoorbeeld, ik zeg maar wat, een moeilijke yogahouding, maar ook het uit de comfort zone stappen. Onbekende dingen ondernemen dus.

Of machteloos?

Ik ben er niet zo zeker van dat angst hier de grote boosdoener is. Onlangs observeerde ik mijn kleine meisje van zestien maanden. Ze oefent zichzelf in staan. Ik zag hoe ze zich aan een kastje omhoog werkte en dapper met haar handjes aan een handvat, een tijd bleef staan. Na enige tijd begon ze te piepen. Ik geloof in het model dat je kinderen vaak het beste helpt door niet te helpen. Vast ook vanuit mijn luiheid. In ieder geval besloot ik haar nog maar even te laten staan. Vanuit een ooghoek zag ik haar frustratie groeien en hoorde het piepen overgaan naar huilen. Ze had duidelijk geen idee hoe ze uit haar nieuw verworven houding moest komen. Terwijl ik haar dan toch maar terug op haar billen hielp, herinnerde ik me dat ik dit ook bij de oudste gezien had. En toen viel het kwartje. Dit had met angst niks te maken, maar met machteloosheid. Ineens snapte ik ook mijn eigen ‘black-outs’ in complexere yogahoudingen.

Waarom is dit interessant?

Zowel angst als machteloosheid levert een negatief gevoel op en daar willen we vanaf. Niets menselijks is ons vreemd. Maar hoe kom je ervan af? Angst wordt al snel iets waar je je overheen moet zetten. Je moet maar leren vertrouwen en visualiseren dat het goed komt. Als je machteloos bent, dan heb je iets niet, namelijk macht en ligt de remedie dus voor de hand. Je wil namelijk iets bij machte worden en bijvoorbeeld je vaardigheden verbeteren. Het zijn nuanceverschillen, maar wat mij betreft wel fundamentele. Vooral omdat de tweede tot constructievere oplossingen leidt – op een breder vlak en op langere termijn. Driewerf hoera dus.

Voorbeeldje graag

Ik sta op mijn kop op een hoofdstandbankje. Zie plaatje elders. De opdracht is om door te bewegen naar een boogje, met het hoofd nog steeds op het bankje maar de voeten achter het hoofd op de grond. Tijdens de beweging kom ik  onbekende, oncontroleerbare stukken tegen. Me er gewoon een paar keer doorheen werpen – want de leraar belooft me dat ik niet in stukken op de grond zal eindigen, doet wonderen en vergroot ook mijn vertrouwen. Het levert echter ook best een gevoel van los zand op. Vaak herhalen is dan een optie. Liever probeer ik om in andere houdingen mijn fijne motoriek en coördinatie in die onbekende stukken te bemachtigen. Zo nu en dan waag ik een nieuwe poging en meet mijn vorderingen. En jaaa dat levert het vertrouwde vrije, sterke, soepele gevoel op dat yoga zo verslavend maakt.

Zo lijf – zo geest

Het zou me niet verbazen als diezelfde blokkering optreedt in sociale situaties. Soms vanuit angst, vaker vanuit onwetendheid, machteloosheid. Als ik me te lang opsluit als ik een boek aan het schrijven ben, dan voel ik me daarna een tikkie contactgestoord. Ik moet letterlijk mijn sociale vaardigheden weer slijpen.

Wat me ook aannemelijk lijkt, is dat een verkeerde houding tot frustratie en depressieve gevoelens kan leiden. Simpelweg omdat je lichaam een beetje vreemd voor je wordt. Dat is niet per se ernstig, wel frustrerend. Zonde toch? Tot ziens op de yogamat dus?

Even die piramide van Maslow erbij pakken. 1. Fysiologische behoeften? Check. Done that. Been there. 2. Veiligheid? Check. 3. Affectie? Zit ook wel snor. 4. Erkenning? Blijft een raar ding. 5. Zelfontplooiing. Werk ik aan. Maar hoe?

Zelfontplooiing dus

Een spiral dynamicsmodel

Een spiral dynamicsmodel

Eens een andere piramide ernaast. De nieuwe van Maslow of bijvoorbeeld deze hiernaast uit de Spiral Dynamicshoek. Essentie van beide modellen? Iets drijft ons steeds verder. Als het een zekerheid is, gaan we op zoek naar het volgende. Het kan altijd beter, mooier, echter, rustiger, sneller, maximalerder.

Iedereen volgt hierin zijn eigen weg. Sommigen geloven het wel en nestelen zich stevig vast in hun comfort zone. De lezer van deze tekst waarschijnlijk niet. Die zoekt. Die wil best iets meer of anders. Ik ook. Ik zoek me suf of beter gezegd ik zoek me blij. Ik lees, luister Stephen Covey, Joost van der Leij, Iyengar, Herman van Veen, Annejet, biografie na biografie.

Au

Gisteravond las ik niet maar deed een schouderoefening om een kwartier later verbijsterd de yogamat om te ruilen voor een warm bad. In mijn schouder bleek verrekte veel pijn te zitten. Pijn die ik steeds ontweek door mijn schouder in een bochtje op te trekken. Dat was geen optie in deze oefening. Het gevolg vond ik vrij schokkend. Ik begon allerlei verdachte zaken in mijn arm te voelen. In zoverre verdacht omdat ik zelden iets voelde in mijn arm. Nu had ik warme handen vol tintelingen, tastzin en ook de sensatie dat mijn arm sliep en een vreemde van me was. Na mijn bad voelde ik ineens wel de narigheid in mijn schouder, zelfs bij simpele handelingen als schrijven en tanden poetsen.

Roofbouw?

Wel slim om daar zo omheen te bewegen! Of toch niet?

In mijn warme bad dacht ik ook nog aan wat Foppe de Haan ooit zei over het herkennen van toptalenten. Die, zei hij, kunnen pieken, zich ontwikkelen én – kunnen herstellen. Groei werkt bij de gratie van rust en herstel, onderstreepte hij.

Ik wil ook zo graag mijn eigen toptalentje worden. Betekent dat, dat herstel hoger op mijn hitlijst hoort. En roofbouw toch maar iets lager? En dat die pijntjes als het ware een bron van info zijn? Lijkt me wel.

En zo nam ik mij voor om vooral te blijven lezen maar ook nog veel yogalessen te volgen.

Mijn eerste zoem

Tijdens de yogaweek deze zomer zoemde ik voor het eerst. Het waarom van het gezoem was mij onbekend maar allez ik ervaar graag en deed dapper mee. Yogaleraar Gert lichtte het gezoem niet toe, ook later niet en eerlijk gezegd ben ik daar wel blij mee want zo kon ik blanco ervaren.

Zo te zoemen

Nu negen maanden later ben ik een beetje wijzer. De ademhaling heet bhamari (bhramari of bramari) en bhamara betekent zwarte bij. Zo beschrijft Gert de ademhaling in zijn boek Critical Alignment: ‘Til na de beoefening van de ademhalingsoefeningen je hoofd met een inademing op en plaats je nek en hoofd weer boven op je wervelkolom. Adem rustig en diep in, en maak tijdens het uitademen een zacht zoemend geluid dat vanuit je mondholte door je hele lichaam en de ruimte om je heen gaat circuleren. Maak de klank alsof je hele lichaam het geluid produceert en niet alleen de mondholte of de keel.’ Gert adviseert het vijf keer te doen, maar elders las ik dat het ook best twintig keer mag. Vind ik wel fijn, als het niet teveel aan regeltjes gebonden is.

APK

Waarom zou je gaan zitten zoemen als een bij? Ik doe het hierom. Het blijkt – voor mij – een kunst om de zoemtoon mooi te krijgen. Is dat al genoeg reden om het te doen? De oefening om iets mooi te krijgen vormt en vast in de goede richting. Ik vind de zoemtoon mooi als ik ermee kan spelen en wel zo dat het volume constant is en de klank aantrekkelijk. Ik probeer tevreden te zoemen soms bijna een beetje te spinnen als een poes. De ene keer lukt dat prachtig van hoog in mijn neus tot diep in mijn bekken. Aan het bereiken van de ruimte om me heen werk ik nog. Een andere keer zoem ik met horten en stoten klanken van een verzopen automotor of lelijker. Om in de autosfeer te blijven, zo’n zoemsessie is inmiddels onderdeel van mijn periodieke keuring. Het weerspiegelt haarfijn mijn innerlijke toestand.

Waardevol

Andersom doet me een sessie zoemen altijd goed. Juist als ik er in eerste instantie niks van bak en het pas na een keer of vier, vijf weer richting ‘mooi’ gaat. Het is alsof die mooie zoemtoon voor een vriendelijke reset zorgt. Why? Dat wil ik best weten, maar zo zonder die informatie vind ik het al heel waardevol.

Mike, het puddingmasker van vorige week is amazing. En zo multifunctioneel.

Aan de ene kant heb je smulpudding, het andere uiterste is oud zoethout. Taaie zoethout met een bittere, wat muffe smaak. Het is nergens voor nodig om die zoethout af te serveren. Ongetwijfeld heeft hij ook zijn goede kanten en blijkt het een bommetje verwrongen emoties, dus plak er nog geen negatief stempel op.

Bij de puddingscan ga je rustig liggen of sturen, en met je aandacht over je gezicht. In hoeverre evenaren je wangen het ideale puddinggevoel. Hangen ze echt af langs je kaken zoals een pudding dat zou doen? En je voorhoofd? In de plooi en meer een gevalletje van oud zoethout? Probeer eens – uit nieuwsgierigheid?! – een alternatief. Inhaleer de geur van jouw ideale smulpudding – met de geur van een latte macchiato of als jij daar relaxter van wordt, van bitterkoekjes, citrus of karamel. En richt in één adem die sensatie op je voorhoofd.

Als je de smaak te pakken hebt, bekijk dan eens je wenkbrauwen en vooral die paar centimeter ertussenin. Druk eens zachtjes op die plek met je wijs- en middelvinger. Anything to do with de ideale o-wat-ben-ik-intens-tevreden-puddingsensatie? Vanuit onze allerbeste intenties en juist omdat we zo ons best doen verandert menig wenkbrauw-dam-wenkbrauw in een strak stuk oud zoethout. Ook nu weer kan het enorm opluchten om daar een wat hoger puddinggehalte te krijgen. Hetzelfde geldt voor alles rondom je ogen.

Zoethout in pudding veranderen dus. Yep. Het inhaleren van geur helpt daar enorm bij. Ook al omdat je zo je adem erbij betrekt. Wat ook helpt is letterlijk je gezicht wat op te laten bollen. Dat is het makkelijkst bij je wangen natuurlijk. Je blaast ze een beetje rond, laat de lucht weer gaan maar trekt je wangen niet strak terug. Die lucht kun je ook rond laten gaan aan de buitenkant van je tanden en kiezen in je onderkaak. Laat de huid daar maar drillen als een pudding. Waarschijnlijk voel je dat er best een beetje minder spanning mogelijk is. Vanuit dat gevoel kun je opnieuw de zones rond wenkbrauwen en ogen te grazen nemen.

Een puddinglook of puddingface ziet er onverwacht mild en prettig uit. De eerste keer dat je jezelf in een puddingmode/puddingpose in de spiegel bekijkt is soms even schrikken. Ineens zie je hoe moe je werkelijk blijkt te zijn. Maar, maar, maar hou vol. Wedden dat er snel een moment volgt dat er onverwacht vitaliteit en  kerngezondheid terug kijkt?!

Maar Mike, wat is er nou zo multifunctioneel aan de pudding

De scan kun je los laten op elk deeltje van je lijf. En ook zo fijn aan de pudding is, is dat het jouw pudding is. Heb je behoefte aan lichtheid in je leven, dan is jouw pudding dus luchtig en heeft citrustonen. Bijvoorbeeld.

Advertenties