You are currently browsing the category archive for the ‘Critical Alignment Yoga’ category.

ADL staat in fysioland voor Algemeen Dagelijks Leven. Je gaat naar een fysiotherapeut als er iets flink schort aan je ADL: je kunt je haar niet meer kammen, je kun de trap nog maar nauwelijks op. Bij de fysio aan tafel, druk je de pijn of beperking die je hierbij ondervindt uit op een schaal van 0 tot 100. Je zet een streepje op een lijn tussen die twee uitersten. Je scoort dan 44 bijvoorbeeld en wil toch wel graag weer richting 56, minstens een voldoende.

Het protocol is in dat geval dat je allerlei oefeningen krijgt die direct aansluiten bij hetgeen je lastig vindt. Laten we zeggen trap lopen. Je begint dan (mits er geen ziektebeeld naar boven is gekomen) bijvoorbeeld met op een step te stappen. De week daarna stap je op en af die step en zo kom je elke week een beetje verder.

Dat is mooi, prima, bewezen goed, maar het is niet helemaal de kant die mij fascineert. Mij fascineert de mensen die een zesje (60) scoren voor hun gehele ADL en daarmee niet naar de fysio stappen. De psycholoog is nog eerder iemand naar wie mensen in zo’n geval toestappen – maar wellicht ook pas als hun score onvoldoende is.

Waarschijnlijk scoren veel mensen een zesje, door een combinatie van kleine beperkingen. Laat ik mezelf nemen:

  1. ik viel een keer te hard op mijn schouder met skiën,
  2. zo nu en dan krijg ik klachten die passen bij het beeld van een muisarm/tennisarm
  3. verder zit ik sowieso te veel en te gespannen achter mijn compu en 
  4. on top of that heb ik allerlei onzekerheden die vast niet onopgemerkt blijven door mijn lichaam.

Hoe compenseer ik deze miniklachten? In hoeverre is er een nieuwe houding, looppatroon ingesleten? Niet echt een vraagstuk waarmee je aanklopt bij een hulpverlener.

Toch kun je hier als therapeut, trainer veel mee. Met … yogahoudingen bijvoorbeeld. Juist doordat die zo ver uit de buurt liggen van je ADL en je daardoor weg gaat uit je zone van comfort, goede, slechte gewoontes en psychosomatische toestanden.

Stel dat je van je zesje een zeven wilt maken of meer … Zoek dan eens naar een antwoord, ver buiten je ADL.

Advertenties

Tijdens mijn opleiding fysiotherapie leerde ik het begrip bewegingsbereidheid en daar kan ik wel wat mee in yogaland.

Je vraagt als fysiotherapeut aan je patiënt om een bepaalde beweging te maken en dan kijk je onder andere hoe het ermee gesteld is, met die bewegingsbereidheid.

Het is een woord waar je lang naar kunt kijken. Vast door het ritme van e’s en i’s – maar dat is niet de reden dat ik er maanden mee in mijn hoofd liep. De eerste keer dat het woord een etage dieper zakte in mijn brein deed ik een yogahouding. Ik realiseerde me dat ik er niet verder in kwam, simpelweg omdat ik niet bereid was om de beweging te maken. Waarom niet? Joost mag het weten. Het was geen angst voor de beweging an sich. Het voelde meer alsof ik daarvoor iets moest los laten, een gewoonte moest doorbreken en ik dáár geen zin in had. Zoiets.

En toen zag ik het ineens bij anderen – het plezier, de zin, de lust, de pret om te bewegen. Ik zag het op YouTube toen ik meer over capoeira wilde weten, op tv toen ik oude beelden van Zinedine Zidane zag op het voetbalveld en ik zag het in het theater in de dansfilm Pina. Bij sommigen spat het er in de volle 100% vanaf, heerlijk om te zien.

Sindsdien speel ik met die bewegingsbereidheid. Ik probeer een yogahouding nog geïsoleerder te bekijken en te ervaren waardoor mijn beweging stopt. Is het een fysieke beperking is of is het iets anders?  Soms helpt het, om voor ik met mijn asana’s begin, naar de eerdergenoemde beelden te kijken. Ik probeer dan dat vrije gevoel van bewegen mee te nemen. Het heeft bij mij voor nieuwe ontwikkelingen gezorgd, zowel fysiek als mentaal. Wellicht kun je wat met mijn ervaring.

Waarom koos je voor het woord ‘Critical’ voor Alignment vroeg ik leraar Gert laatst. Als student krijg ik steeds meer zin de visie van mijn leraar te begrijpen. Ookal omdat ik nog even enthousiast ben, over wat ik van hem leer en dat graag wil verspreiden. Maar dan mot ik t wel een beetje snappen.

Ik had al weken zo nu en dan het woord met een vergrootglas bekeken en op een weegschaaltje gelegd. Wat ik ook deed, ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat er iets ontevredens, streverigs in het woord zat.

Gert antwoordde, dat hij dat niet zo ziet. Voor hem is het vooral het kritische proces dat plaatst vindt op bijvoorbeeld het hoofdstandbankje, waarbij het lichaam in zijn vrije ‘stand’ blijft zoeken naar evenwicht.

Vrij snel daarna las ik dit in ‘Yoga als levenskunst’ van B.K.S. Iyengar (een boek dat al ruim twee jaar bij mijn bed ligt en me altijd verder helpt). ‘Het hele educatieve streven van yoga is erop gericht dat alles in ons leven goed gaat. Maar iedereen weet dat een appel die er aan de buitenkant perfect uitziet vanbinnen door een onzichtbare worm kan zijn aangevreten. Bij yoga gaat het niet om de uiterlijke verschijningsvorm. Yoga gaat over het vinden en verwijderen van de worm zodat de hele appel van de schil tot de kern volmaakt en gezond is. Daarom lijken yoga en eigenlijk alle spirituele filosofieën steeds op het negatieve te hameren – hebberige begeerten, zwakheden, fouten en onevenwichtigheden.’ (blz. 216)

Ik hou eigenlijk niet zo van gehamer en als het dan toch gebeurt dan graag liever op het positieve, toch zette de tekst me verder aan het denken. … Hoe gek zou het zijn als Critical ook op dergelijke onevenwichtigheden slaat en dus inderdaad dat streverige, zoekende in zich heeft? Is daar dan zoveel mis mee?

Iyengar heeft het verderop op blz. 222 over ‘het geweten’. Die geeft hij een centrale rol in dit zoeken.

‘Het verschil [met intuïtie] is dat het geweten pijn doet; het laat ons lijden. We zeggen dat we gekweld worden door het geweten. De intuïtie wekt ons op, veroorzaakt misschien enige verwarring, want we weten niet waar het vandaan komt. Maar het geweten doet pijn. Dat komt doordat het de kern vormt van de paradox van wat het betekent om een spiritueel wezen te zijn dat leeft in een fysiek lichaam in de materiële wereld. Het geweten draagt ons op de moeilijkste weg te kiezen, omdat het ons altijd in de richting van Eenheid trekt, in de richting van Heelheid. Onze verlangens, onze zelfzucht, onze intellectuele gebreken trekken ons altijd in de richting van de wereld van diversiteit waar we oordelen vormen, doormodderen en proberen het minst kwade te kiezen. Het geweten is, als het geen gebreken vertoont, de stem van onze ziel die in ons oor fluistert.’

Ik heb veel meer met Gert’s (beeld-)spraak die altijd dicht bij werkelijke ervaringen blijft. Toch kan ik dankzij deze teksten ineens meer met het woord ‘critical’. Erkent het dat zoekende in me, dat nooit lijkt op te houden? Daar lijkt het op – en dat maakt me zomaar rustiger en – oeps – tevredener.

Dit wordt een tekstje over vrijheid. Vrijheid blijkt nogal al een ding, zelfs of juist in de politiek. Het lijkt me niet zo wijs om hier mijn politieke standpunten te verkondigen, maar ik kan het niet laten. Zo snap ik niks van mensen die denken, dat als je geboren bent in welvarend Nederland je dat allerlei levenslange rechten op rijkdom geeft. Ik ben dan wel weer voorstander van het idee, dat alle mensen met een vernietigend, destructief idee naar een plek ver weg moeten – maar daar heeft het woordje Islam niks mee te maken. Bueno, vrijheid dus.

Als je het over vrijheid hebt, kun je denken aan vrijheid van meningsuiting, onderwijs, godsdienst, vestiging, vereniging enzovoort. Je kunt ook denken aan bewegingsvrijheid en dat is momenteel helemaal mijn ding.

Keurslijf

Kent u het boek ‘Oei, ik groei’? Dat gaat over de ontwikkeling van kleine kindjes. Die ontwikkeling gaat niet geleidelijk en leuk stapje voor stapje. Nee, weken hangt er een volgende stap in de lucht en ineens – soms binnen een paar uur, neemt zo’n kleintje de stap. Dan praat zo’n minimensje ineens in zinnetjes. Ik heb stellig de indruk dat het bij volwassenen niet zo anders gaat. Althans bij mij. Mijn recente oei-ik-groei gaf mij een enorme dosis bewegingsvrijheid terug. Ik liep over straat op weg naar de Appie en voelde me ineens zoveel lichter en dus vrijer. Alsof ik een soort keurslijf kwijt was.

Corset

Ik wil graag beschrijven hoe dat voelt zo’n keurslijf en wel omdat ik weet dat mijn nieuw verworven vrijheid straks normaal zal zijn. Gelukkig werkt dat zo met nieuwe situaties. Het nadeel is, dat het plezier van de nieuwe verworvenheid daarmee ook kleiner wordt. Ach ja, blijven groeien dus.

Het gevoel van een keurslijf voelt letterlijk als een corset of een harnas dat twee tandjes te strak zit. Nu ik achter mijn computer zit, met naast me een to-do-lijst met daarop alles wat ik vanochtend nog wil weg werken, voel ik mijn keurslijfje gewoon weer zitten. Nee, echt kwijt ben ik hem nog lang niet. Rond mijn ribben zit een soort kracht die me in elkaar duwt. Ook bij mijn schouderbladen en in mijn heupen voel ik het. Het is alsof die kracht me in een soort foetushouding dwingt. En he listen dat is echt onhandig als je achter je compu in een arboverantwoorde houding wil werken.

Foetushouding

Als ik me nu – voor de verandering een beetje meegaand opstel, dan buigt mijn bovenrug verder omhoog zoals bij Gollem uit Lord of the Rings. Mijn schouders, zie ik in een flinke hoek naar voren staan. Interessanter nog dan hoe het eruit ziet – ik wil helemaal niet op Gollem lijken! – is hoe het voelt. Het voelt best rustig, maar het voelt ook hard en stijf. Als een soort harde zekerheid. Het is enerzijds een krachtig en aantrekkelijk gevoel maar sinds ik die ontmoeting met hernieuwde bewegingsvrijheid heb gehad, voel ik de keerzijde sterk. In de gebolde houding voel ik bijvoorbeeld mijn schouderbladen niet meer en kan ze ook niet aansturen. Het gevolg: ik wil af van het verstikkende gevoel, ik wil zelfbeschikking en snak naar vrijheid, naar vrijheid in mijn eigen lijf!

De dynamische rug

Nu ik mezelf netjes uitlijn – naar het gedachtegoed van critical alignment, krijg ik mijn vrijheid weer terug. Pfffff, saved.

Tijd voor een lekkere serie asana’s in beweging – zonder keurslijf!

Ik hoor vaak beweren dat angst de grote reden is om dingen niet doen. Bijvoorbeeld, ik zeg maar wat, een moeilijke yogahouding, maar ook het uit de comfort zone stappen. Onbekende dingen ondernemen dus.

Of machteloos?

Ik ben er niet zo zeker van dat angst hier de grote boosdoener is. Onlangs observeerde ik mijn kleine meisje van zestien maanden. Ze oefent zichzelf in staan. Ik zag hoe ze zich aan een kastje omhoog werkte en dapper met haar handjes aan een handvat, een tijd bleef staan. Na enige tijd begon ze te piepen. Ik geloof in het model dat je kinderen vaak het beste helpt door niet te helpen. Vast ook vanuit mijn luiheid. In ieder geval besloot ik haar nog maar even te laten staan. Vanuit een ooghoek zag ik haar frustratie groeien en hoorde het piepen overgaan naar huilen. Ze had duidelijk geen idee hoe ze uit haar nieuw verworven houding moest komen. Terwijl ik haar dan toch maar terug op haar billen hielp, herinnerde ik me dat ik dit ook bij de oudste gezien had. En toen viel het kwartje. Dit had met angst niks te maken, maar met machteloosheid. Ineens snapte ik ook mijn eigen ‘black-outs’ in complexere yogahoudingen.

Waarom is dit interessant?

Zowel angst als machteloosheid levert een negatief gevoel op en daar willen we vanaf. Niets menselijks is ons vreemd. Maar hoe kom je ervan af? Angst wordt al snel iets waar je je overheen moet zetten. Je moet maar leren vertrouwen en visualiseren dat het goed komt. Als je machteloos bent, dan heb je iets niet, namelijk macht en ligt de remedie dus voor de hand. Je wil namelijk iets bij machte worden en bijvoorbeeld je vaardigheden verbeteren. Het zijn nuanceverschillen, maar wat mij betreft wel fundamentele. Vooral omdat de tweede tot constructievere oplossingen leidt – op een breder vlak en op langere termijn. Driewerf hoera dus.

Voorbeeldje graag

Ik sta op mijn kop op een hoofdstandbankje. Zie plaatje elders. De opdracht is om door te bewegen naar een boogje, met het hoofd nog steeds op het bankje maar de voeten achter het hoofd op de grond. Tijdens de beweging kom ik  onbekende, oncontroleerbare stukken tegen. Me er gewoon een paar keer doorheen werpen – want de leraar belooft me dat ik niet in stukken op de grond zal eindigen, doet wonderen en vergroot ook mijn vertrouwen. Het levert echter ook best een gevoel van los zand op. Vaak herhalen is dan een optie. Liever probeer ik om in andere houdingen mijn fijne motoriek en coördinatie in die onbekende stukken te bemachtigen. Zo nu en dan waag ik een nieuwe poging en meet mijn vorderingen. En jaaa dat levert het vertrouwde vrije, sterke, soepele gevoel op dat yoga zo verslavend maakt.

Zo lijf – zo geest

Het zou me niet verbazen als diezelfde blokkering optreedt in sociale situaties. Soms vanuit angst, vaker vanuit onwetendheid, machteloosheid. Als ik me te lang opsluit als ik een boek aan het schrijven ben, dan voel ik me daarna een tikkie contactgestoord. Ik moet letterlijk mijn sociale vaardigheden weer slijpen.

Wat me ook aannemelijk lijkt, is dat een verkeerde houding tot frustratie en depressieve gevoelens kan leiden. Simpelweg omdat je lichaam een beetje vreemd voor je wordt. Dat is niet per se ernstig, wel frustrerend. Zonde toch? Tot ziens op de yogamat dus?

Mijn eerste zoem

Tijdens de yogaweek deze zomer zoemde ik voor het eerst. Het waarom van het gezoem was mij onbekend maar allez ik ervaar graag en deed dapper mee. Yogaleraar Gert lichtte het gezoem niet toe, ook later niet en eerlijk gezegd ben ik daar wel blij mee want zo kon ik blanco ervaren.

Zo te zoemen

Nu negen maanden later ben ik een beetje wijzer. De ademhaling heet bhamari (bhramari of bramari) en bhamara betekent zwarte bij. Zo beschrijft Gert de ademhaling in zijn boek Critical Alignment: ‘Til na de beoefening van de ademhalingsoefeningen je hoofd met een inademing op en plaats je nek en hoofd weer boven op je wervelkolom. Adem rustig en diep in, en maak tijdens het uitademen een zacht zoemend geluid dat vanuit je mondholte door je hele lichaam en de ruimte om je heen gaat circuleren. Maak de klank alsof je hele lichaam het geluid produceert en niet alleen de mondholte of de keel.’ Gert adviseert het vijf keer te doen, maar elders las ik dat het ook best twintig keer mag. Vind ik wel fijn, als het niet teveel aan regeltjes gebonden is.

APK

Waarom zou je gaan zitten zoemen als een bij? Ik doe het hierom. Het blijkt – voor mij – een kunst om de zoemtoon mooi te krijgen. Is dat al genoeg reden om het te doen? De oefening om iets mooi te krijgen vormt en vast in de goede richting. Ik vind de zoemtoon mooi als ik ermee kan spelen en wel zo dat het volume constant is en de klank aantrekkelijk. Ik probeer tevreden te zoemen soms bijna een beetje te spinnen als een poes. De ene keer lukt dat prachtig van hoog in mijn neus tot diep in mijn bekken. Aan het bereiken van de ruimte om me heen werk ik nog. Een andere keer zoem ik met horten en stoten klanken van een verzopen automotor of lelijker. Om in de autosfeer te blijven, zo’n zoemsessie is inmiddels onderdeel van mijn periodieke keuring. Het weerspiegelt haarfijn mijn innerlijke toestand.

Waardevol

Andersom doet me een sessie zoemen altijd goed. Juist als ik er in eerste instantie niks van bak en het pas na een keer of vier, vijf weer richting ‘mooi’ gaat. Het is alsof die mooie zoemtoon voor een vriendelijke reset zorgt. Why? Dat wil ik best weten, maar zo zonder die informatie vind ik het al heel waardevol.

Bestaat er zoiets als je kern, een goedheid in jezelf waar je naar terug kan grijpen? Geen idee.

Wat ik wel weet, is dat het voor mij werkt om te doen alsof die bestaat. En dan vind ik het even niet zo belangrijk dat hij wetenschappelijk is aangetoond.

Het idee van een mooie kern bestaat al langer. Dichter Willem Kloos schreef al in 1885: Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten. Afgelopen najaar kwam ik hem bijvoorbeeld ook tegen bij Mary de Lanoy. Ik was bij haar proefkonijn voor acht sessies psychosynthese. Zie http://www.psychosynthese.nl en de afbeelding. Ook deze theorie gaat er vanuit dat er zoiets bestaat als een goede, volwassen ik of  het echte zelf.

Psychosynthese-Ei

Allerlei ingesleten denkpatronen, in de  psychosynthese noemen ze die subpersonen halen je weg uit die kern.

Critical Alignment

In Gert’s yoga is er voor ingesleten patronen ook een hoofdrol weggelegd. Want ook in ons lijf liggen allerlei vaste gewoontes verankerd. Zo zeer zelfs, dat we de vervormingen kunnen zien én aanraken. Zoals daar zijn, de hoge schouders, de holle rug enzovoort.

Zou het zo zijn, dat als het lijf zich hieruit losweekt je veel makkelijker uhm lichter toegang krijgt tot je kern?

Advertenties