Critical Alignment Yoga is een yogastroming met veeeel aandacht voor techniek. Dat neemt voor mij het risico mee, dat ik als leerling blijf hangen in de cognitieve fase en niet in de autonome fase kom.

Over fases in het aanleren van motorische vaardigheden leerde ik onlangs tijdens mijn fysiotherapiestudie aan de hand van het Motor Learning Model van O’Sullivan & Saunders. Ik heb er wat aan om ze los te laten om mijn yogaleerproces en deel dat hier graag.

Fasen

Laat ik de essentie per fase toelichten – maar niet voor ik een kader geschept heb. Deze fasen doorloopt een student in een yoga-oefening maar bijvoorbeeld ook een patiënt die oefent bij de therapeut. Hij leert een nieuwe beweging aan. Laat ik hier een eenvoudige yogahouding nemen, eentje die de student al vaker doet, maar waarin de leraar nu steeds focust op het stevig maar ontspannen houden van de innercore.

* Cognitieve fase: De student onderzoekt en experimenteert met de techniek dat het een lieve lust is. Hij luistert aandachtig naar de leraar, kijkt naar hem, doet hem en anderen na. Hij stuurt zichzelf bewust in elke substap aan.

* Associatieve fase: Het is voor de student nog steeds nodig om zijn aandacht bij de innercore te houden, maar de substappen lijken al meer vanzelf te gaan en vertrouwd te zijn.

* Autonome fase: De student heeft zich (een facet van) de inner core eigen gemaakt.

Te kritisch

Waarom ik het interessant vind? Vanwege mijn eerder genoemde valkuil. Ik zou zomaar té kritisch kunnen worden. Aan de ene kant is het inherent aan yoga dat er dan iets gaat knagen. Het blijft de kunst voor de yogastudent om ook al in de cognitieve fase, lichtheid als vertrekpunt te nemen. Steeds als verharding optreedt zal het lichaam kiezen voor compensatie of overbelasting. Dat monitort de yogastudent, altijd. Maar dat is niet voldoende om mij in die autonome fase te brengen.

Zonder voorbehoud

Ik ervaar de cognitieve fase als de makkelijkste, ik zou zelfs kunnen zeggen mijn habitat. Ik heb vertrouwen in mijn leraar, ik ben altijd in voor iets nieuws en smul van techniek. Het geeft me houvast. Liefst zou ik eindeloos in die eerste fase verkeren. Of toch niet?

Leraar Paul (Braaksma) zei afgelopen yogalerarenles: als je yoga echt gaat ervaren, dan staan je gedachte stil. Dat was niet nieuw voor me, maar toevallig viel het kwartje nu in het juist sleufje (denk … ik). Ik realiseerde me, dat Paul hier eigenlijk sprak over de autonome fase. Tegelijkertijd herkende ik, dat yoga voor mij de laatste tijd opvallend lichter is geworden. Juist doordat ik was gaan inzien dat er meer is, dan ‘rationele controle’. In de cognitieve fase is die controle waardevol, maar als de ratio steeds maar alle touwtjes in handen heeft, houdt dat ook mijn onzekerheid in stand.

De weg naar autonome yoga?

Al schrijvende vraag ik me het volgende af: zou er ook een sleutel liggen in de associatieve fase? Als de techniek aandachtig én kritisch is onderzocht in de cognitieve fase, vraagt de volgende fase dan niet om onderzoek en experiment met mijn vertrouwen en mijn geloof in techniek, lichaam en uhm bewegen? En volgt daaruit vanzelf de autonome fase en dus een yogahouding zonder voorbehoud?

Advertenties