Hangmat-ademhaling dat is zoiets als mijn prettigste ademhaling. Ademen doe je de godganse dag en dat kan je dan maar beter lekker doen.

Ik vroeg me gisteren af wanneer ik op mijn lekkerst adem. Dat is dus als ik in een hangmat hang, eentje die lichtjes heen en weer wiegt. In ideaal lenteweer: heerlijk warm met af en toe een prikkelende, koele windvlaag, een briesje. Het beeld is bijna compleet. De hangmat staat in mijn tuin waar ik een lichte frisse geur van gras ruik.

Mijn ademhaling is dan vredig, licht en langzaam – en opvallend vaak adem ik gewoon een tijdje niet.

Dit beeld werkt goed voor me. Ik probeer het op te roepen als ik in een uitdagend yogastandje sta of vlak voor een deadline zit. Mijn neiging was ooit om dan juist een partij stevig, vooral diep te ademen. But why? Want het verzwaart alleen maar. Het bevestigt als het ware dat het zwaar is, terwijl als ik overga naar de hangmatmodus ik zelfs in de meest rare standjes een zonnig gevoel krijg.

Waar komt die zware ademhaling vandaan? Het lijkt mij een resultaat van een mixed-bag met daarin opvoeding, cultuur, aard van het beestje die alledrie niet durven geloven dat het leven zomaar licht kan zijn.

Advertenties